..:: www.pha.be ::..
Contact | Login Medewerkers | Grotere letters: zoom in | Zoeken:


PALLIATIEVE ZORG IN WOONZORGCENTRA EN RUSTOORDEN
 
Door het K.B. van 15 juli 1997 werd, naar analogie met de palliatieve functie in de ziekenhuizen,voorzien in een palliatieve functie voor elk rust- en verzorgingstehuis (RVT).

Ter ondersteuning van de verzorging van de terminale zorgbehoevenden in het RVT worden de door de inrichtende macht aangewezen geneesheer en de hoofdverpleegkundige voortaan belast met:

  • het invoeren van een palliatieve zorgcultuur en de sensibilisering van het personeel voor de noodzaak hieraan;
  • het formuleren van adviezen inzake palliatieve zorg ten behoeve van het verpleegkundig en paramedisch personeel, de kinesitherapeuten en het verzorgend personeel;
  • het bijwerken van de kennis van de personeelsleden inzake palliatieve zorg.

De finaliteit van de palliatieve functie binnen het WZC bestaat dus uit het ondersteunen, het sensibiliseren en het bijscholen van het personeel op vlak van palliatieve zorg. De palliatieve functie vervult op die manier een complementaire rol en heeft dus niet als bedoeling de palliatieve verzorging over te nemen.

Sinds de invoering van dit K.B. in 1997 moet ieder RVT ook een functionele binding hebben met een Sp-dienst palliatieve verzorging en moet het RVT zich aansluiten bij een erkend samenwerkingsverband voor palliatieve zorg.

Deze erkenningsnormen gelden enkel voor de RVT - inrichtingen en dus niet voor de rustoorden (ROB) zonder RVT-bedden.

Via het M.B. van 22 november 2001 werd met ingang van 1 oktober 2001 voorzien in een tegemoetkoming voor de financiering van de opleiding en de sensibilisering van het personeel van de RVTís ťn sommige ROBís.

Om in aanmerking te komen voor de financiering dienden de instellingen te voldoen aan een aantal voorwaarden, zoals het opmaken van een intentieverklaring inzake het te voeren palliatief zorgbeleid, het aanduiden van een persoon verantwoordelijk voor de palliatieve zorgcultuur in de instelling, registratie,...

Het M.B. van 2001 werd in 2003 opgeheven en vervangen door een nieuw M.B., dat qua inhoud grotendeels overeenstemde met het oorspronkelijke M.B. van 2001.

Hierin wordt bepaald dat de financiering van de palliatieve functie gebeurt via deel C van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging.

De tegemoetkoming bedraagt sinds 1 januari 2008 0,30 Ä per dag en per opgenomen bewoner die is gerangschikt in de afhankelijkheidscategorieŽn B of C.

De tegemoetkoming wordt verleend aan de RVTís en aan de ROBís met een afdeling die een bijzondere erkenning als RVT heeft, en aan de ROBís die tijdens de referentieperiode gemiddeld minstens 25 rechthebbenden in de categorie B en/of C huisvestten die minstens 40 % uitmaken van het aantal erkende bedden in de referentieperiode.

Met die tegemoetkoming organiseren de inrichtingen een continue opleiding voor hun personeel.

Rekening houdende met de prioriteiten die ze zelf vaststellen, organiseren de voormelde inrichtingen die opleiding ofwel voor al hun personeel, ofwel voor sommige personeelsleden. Ze zien er in het bijzonder op toe dat die opleiding wordt gegeven door personen die hooggeschoold zijn op het vlak van de palliatieve zorg.

Om de tegemoetkoming te genieten, moeten de voormelde inrichtingen de volgende voorwaarden vervullen:

  • het opstellen van een intentieverklaring waarin het beleid wordt beschreven dat de inrichting van plan is te volgen op het vlak van de palliatieve verzorging. Die verklaring wordt op grote schaal verspreid en wordt ten minste aan de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, aan elk personeelslid, alsook aan de opgenomen patiŽnten bezorgd.
  • het aanwijzen van een verantwoordelijke voor de organisatie, binnen de inrichting, van de palliatieve verzorging en van de opleiding van het personeel inzake palliatieve zorg. In de RVTís is die verantwoordelijke persoon normaliter de coŲrdinerend en adviserend geneesheer of de hoofdverpleegkundige. In de rechthebbende ROBís is die verantwoordelijke persoon bij voorkeur een verpleegkundige of een lid van het geschoold personeel dat al een zekere ervaring op dat vlak bezit.
  • voor de ROBís die geen afdeling hebben met een bijzondere erkenning als RVT moet er een overeenkomst gesloten worden met een regionale vereniging die zich met palliatieve verzorging bezighoudt. De overeenkomst moet minstens voorzien in een periodiek overleg.
  • De inrichting moet aan de dienst voor geneeskundige verzorging, op een document waarvan het model door die dienst aan de inrichting wordt meegedeeld, voor alle bewoners die tijdens het afgelopen jaar overleden zijn, een aantal specifieke gegevens meedelen (leeftijd en geslacht, datum van opname, datum van aanvang van de palliatieve zorg,...). Alsook moet de inrichting, op hetzelfde document, een overzicht meedelen van de opleiding die werd gegeven tijdens het afgelopen schooljaar.

De financiering van de palliatieve functie in de RVTís of ROBís is eind 2001 eveneens ingevoerd in uitvoering van het ďBeleidsplan palliatieve zorgĒ van 7 september 2000.

De financiering van de palliatieve functie beperkte zich tot nu toe tot een financiering van de opleiding en de sensibilisering van het personeel. Op 18 februari 2008 keurde het Verzekeringscomitť van het RIZIV echter een ontwerp van Ministerieel Besluit goed, dat met ingang van 1 juli 2008 voorziet in:

  • per 30 patiŽnten in de categorie B: een financiering voor 0,10 lid van het personeel voor reactivering dat een bekwaming heeft in palliatieve zorg, ter ondersteuning van de verzorging van de terminale patiŽnten in het RVT.
  • per 30 patiŽnten in de categorie C of Cd: een financiering voor bijkomend 0,10 lid van het personeel voor reactivering dat een bekwaming heeft in palliatieve zorg, ter ondersteuning van de verzorging van de terminale patiŽnten in het RVT.

Voor de periode van 1 juli 2008 tot 31 december 2009 zal de financiering van het personeel ter ondersteuning van de verzorging van de terminale patiŽnten in het RVT gebeuren via deel Z2 van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging; vanaf 1 januari 2010 zal dit via deel A1 gebeuren. De financiering bedraagt, per rechthebbende en per dag, 0,40 euro x aantal gefactureerde dagen in RVT tijdens de referentieperiode / totaal aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode.




Palliatieve Hulpverlening Antwerpen (PHA) vzw, UA - Domein Fort VI - Edegemsesteenweg 100 bus 2 - 2610 Wilrijk ?T. 03 265 25 31 ?E. pha@uantwerpen.be