..:: www.pha.be ::..
Contact | Login Medewerkers | Grotere letters: zoom in | Zoeken:


OMGAAN MET ROUWEN EN VERLIES: DEFINITIE EN VISIE
Er waren eens drie bomen die alledrie in een hevige storm een grote tak waren kwijtgeraakt. De drie bomen waren elk op een andere manier met hun verlies omgegaan. Jaren later ging ik de bomen weer opzoeken. Gisteren heb ik ze weergevonden en gesproken.
De eerste boom rouwde nog steeds om zijn verlies en zei ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde om te groeien: "Nee, dat kan ik niet, want ik mis een belangrijke tak." Ik zag dat hij klein was gebleven en in de schaduw stond van de andere bomen. De zon drong niet meer tot hem door. De wonde was duidelijk zichtbaar en zag er naakt uit. Het was het hoogste punt van de boom. Hij was niet verder meer gegroeid.
De tweede boom was zo geschrokken van de pijn dat hij snel had besloten om het verlies te vergeten. Hij was moeilijk te vinden, want hij lag op de grond. Een voorjaarsstorm had hem doen omwaaien. Hij had zijn greep op de aarde verloren. De plek van de wonde was moeilijk te vinden. Deze zat verstopt achter een heleboel vochtige bladeren en lag daar te rotten.
De derde boom was ook erg geschrokken van de pijn en de leegte in zijn lijf en hij rouwde om zijn verlies. Het eerste voorjaar toen de zon hem uitnodigde om te groeien, had hij gezegd: "Dit jaar nog niet." Toen de zon het tweede voorjaar weer terugkwam met de uitnodiging, had hij gezegd: "Ja zon, verwarm mij zodat ik mijn wonde kan verwarmen. Mijn wonde heeft warmte nodig opdat ze weet dat ze erbij hoort." Toen de zon het derde voorjaar weer terugkwam, sprak de boom: "Ja zon, laat mij groeien. Ik weet dat er nog zoveel te groeien is." De derde boom was ook moeilijk te vinden, want ik had niet verwacht dat hij zo groot en sterk zou zijn geworden. Gelukkig heb ik hem herkend aan de dichtgegroeide wonde die vol trots in het zonlicht werd gehouden.

(Manu Keirse, Vingerafdruk van verdriet. Woorden van bemoediging.)
 
Woord vooraf
Verlies is een deel van het leven. Het hoort er gewoon bij. Iedereen weet dat een dier­bare eens zal sterven. Elk leven eindigt met sterven. Bij een verlies weten mensen niet hoe ze moeten rouwen doordat het een onderkend proces is in onze samenleving. Het wordt weggestopt, er wordt niet over gesproken, rouwgebruiken en -rituelen zijn tot een minimum herleid. Men moet na een verlies zo vlug mogelijk zijn plaats in de samenleving terug innemen, men durft elkaar niet meer aan te spreken, men is bang om geconfronteerd te worden met emoties.
Rouw is een onderwerp waarover we pakweg tien jaar geleden meer dachten te weten dan we nu weten. Er waren toen tamelijk strikte opvattingen over hoe lang rouw mocht du­ren, welke emoties er wel en niet bij hoor­den en hoe intens die emoties moesten zijn. Ook was er consensus over de vraag hoe een rouwende met het geleden verlies moest omgaan: het verlies moest 'doorgewerkt' worden. De band met de overledene diende verbroken te worden.
De laatste jaren is gebleken dat veel van dergelijke kennis over rouw als 'vermeende' kennis is te kenschetsen. Het standaard­beeld over wat rouw is, is sterk genuanceerd. Zo blijkt een deel van de nabestaanden uit­gesproken vermijdende strategieŽn te hante­ren, die echter wel
  • psychologisch even traumatisch is als een ernstige verwonding of verbranding fysio­logisch traumatisch is. Hij argumenteert dat rouw een afwijking betekent van de toestand van gezondheid en welzijn. Juist zoals in het fysiologisch domein genezing noodzakelijk is om het lichaam weer in homeostatisch evenwicht te brengen, is er eveneens een tijdspanne nodig om de persoon in rouw te­rug te brengen tot een gelijkaardige toestand van evenwicht.
    Engel ziet het proces van rouwen als gelijk­aardig met het proces van genezen. Zoals bij genezing kan het volwaardig functioneren of het ongeveer volwaardig functioneren worden hersteld, maar er zijn ook gevallen van verzwakte functionering of inadequate genezing. Juist zoals de termen gezond en pathologisch worden toegepast op de verschillende vormen van verloop in het fysiologisch genezingsproces, stelt Engel dat dezelfde termen kunnen worden gehanteerd om het verloop van het rouwproces te schet­sen. Hij ziet het rouwen als een verloop dat tijd vraagt vooraleer herstel van het gewone functioneren optreedt.
    De huidige, gangbare consensus is dat per­sonen die rouwen, niet ziek zijn, ondanks het feit dat ze ook pijn lijden. Een aantal beschouwingen ligt aan de basis van deze conclusie:
    1. De samenleving beschouwt hen niet als ziek en de rouwenden zelf beschouwen zich evenmin als ziek, Zij denken dat zij een 'nor­male' ellendige periode doormaken.
    2. Tussen het gedrag en het onbehagen van rouwenden en degenen met een klinische depressie zijn er gelijkenissen maar even­zeer belangrijke verschilpunten. Rouwenden vertonen meestal geen motorische retardatie en/of zelfmoordgedachten.
      Een overtuigend onderscheid tussen rouw en depressie werd gemaakt door Freud in zijn klassiek werk over 'Mourning and Melancholia'. Hij stelt dat rouwenden het gevoel hebben dat er een leegte ontstaan is in de wereld rondom hen. Depressieve patiŽnten voelen een leegte bin­nen zichzelf. In geval van rouw is en blijft een duidelijke relatie aanwezig tussen de depressieve verschijnselen en de gebeurte­nis die ertoe aanleiding gaf. De rouwende beleeft zelf deze relatie en zij wordt ook ervaren door de omstanders. Bij een depres­sie gaat deze relatie verloren. Het syndroom raakt los van de oorspronkelijke oorzaak. Bij depressie is een doordringend verlies van zelfbeeld en zelfachting nadrukkelijk aan­wezig. Bij de meeste rouwenden is dit niet het geval.
      Op basis van deze gegevens zijn zowel klinici als theoretici het bijna algemeen eens dat rouw en klinische depressie, ook al verto­nen ze sommige gelijkaardige subjectieve en objectieve verschijnselen, toch verschillende toestanden zijn.
      Dat rouw niet algemeen als een ziekte wordt beschouwd, blijkt ook uit de American Psychiatrie Association's Diagnostic and Statistical Manual (DSM-III) (1980) in de categorie 'uncomplicated bereavement'. Deze 'diagnose' wordt beschreven als een depressie-achtig syndroom dat normaal is gedurende drie maanden na een verlies. Drie maanden lijkt wel aanzienlijk korter dan de tijd die de meesten nodig hebben om het psychologische evenwicht terug te vinden.
  • Universele reacties
    Bij verlies treden er vaste, universele reacties op zoals verdoving, verdriet, somberheid, angst en kwaadheid. Dergelijke negatieve reacties zijn onontkoombaar. Ze horen bij de rouw na een ingrijpend verlies. Bovendien zijn veel verdriet en onwelbevinden wense­lijk, want anders zullen er later problemen ontstaan.
    Uit onderzoek komt echter naar voren dat er grote verschillen in reacties zijn tussen rouwenden. Er treedt vaak depressiviteit op, vaak zelfs in die mate dat gesproken zou kunnen worden van een klinische depres­sieve stoornis. Kwaadheid en woede kunnen optreden maar in veel gevallen gebeurt dat niet. Het is zelfs niet zo dat intense verdrietreacties altijd voorkomen. Kortom: de variŽ­teit valt meer op dan de uniformiteit.
  • Fasengewijze verwerking
    De reacties bij verliesverwerking zijn te or­denen in stadia of fasen. In de literatuur zijn verschillende van dergelijke fasenmodellen te vinden. Een zeer bekend model is dat van KŁbler-Ross (1982). Dat model is weliswaar van toepassing op het 'rouwproces' bij ster­vende mensen, maar is ook van toepassing op het rouwproces van nabestaanden. Andere fasenmodellen verschillen van el­kaar wat het aantal veronderstelde fasen (2, 3. 4, 5 of zelfs 6 fasen) en de inhoud van de fasen betreft. Ze lijken op elkaar in de zin dat ze alle - de een meer strikt, de ander minder strikt - veronderstellen dat rouw bestaat uit een fasengewijze verwerking. Ondanks de populariteit van dergelijke mo­dellen is er echter wetenschappelijk gespro­ken geen evidentie voor.
  • Rouwarbeid
    Een centrale bewering is dat het verlies 'doorgewerkt' moet worden. Deze bewering gaat terug op Freud die sprak over de Trau-erarbeit, de rouwarbeid die een rouwende dient te verrichten. Het is niet makkelijk om te omschrijven wat daaronder precies verstaan moet worden. Duidelijk is in ieder geval dat de rouwende veelvuldig bezig moet zijn met het geleden verlies en zichzelf herhaaldelijk moet confronteren met de re­aliteit van het overlijden en zijn gevoelens hierover moet uiten. Door het verlies op die wijze door te werken kan de nabestaande loskomen van de overledene en uiteindelijk daardoor nieuwe intieme banden met een ander aangaan. Inbegrepen bij de notie van 'rouwarbeid' is dus ook de bewering dat de band met de overledene moet worden doorgesneden. Pas dan kan de nabestaande nieuwe banden aangaan. Het is echter verbazingwekkend dat weten­schappelijk gesproken niet aangetoond is dat 'het doorwerken van het verlies' geassocieerd is met betere verliesverwerking. Het lijkt een misvatting om te denken dat voor iedere persoon geldt dat een beteke­nisvol verlies moet worden doorgewerkt. Dat kan natuurlijk liggen aan het feit dat wetenschappers tot nu toe niet in staat zijn 'rouwarbeid' op een adequate wijze te ope­rationaliseren. 'Doorwerken van het verlies' klinkt heel positief en piekeren over het verlies heel negatief, maar beide impliceren dat iemand bezig is met het verlies. Nader onderzoek hiernaar is vereist.
  • Afwezigheid van positieve emoties
    Positieve emoties zijn impliciet afwezig bij verliesverwerking. In de literatuur wordt hoogst zelden iets gezegd over de aanwezig­heid van positieve gevoelens, zeker kort na het overlijden. Zijn er positieve emoties kort na een overlij­den? Alleen al het suggereren van de aanwe­zigheid van positieve emoties wordt onkies gevonden.
    Uit onderzoek blijkt dat er inderdaad posi­tieve emoties kunnen aanwezig zijn. Nabe­staanden die aan rouwgroepen deelnemen, vertellen soms dat ze alleen in die rouwgroe­pen kunnen of mogen lachen. In het dage­lijkse leven wordt het van hen de eerste tijd gewoon niet gepikt dat zij plezier hebben.
  • Het terugvinden van het evenwicht
    De nabestaande moet binnen een bepaalde tijd zijn evenwicht terugvinden. Over die tijdsduur wisselen de meningen. Dertig jaar geleden ging men uit van een paar maanden, een paar jaar geleden van ťťn jaar en nu lijkt er enige consensus te bestaan over anderhalf jaar.
    Uit onderzoek valt vooral de enorme variabi­liteit op. Sommige nabestaanden functione­ren na enkele weken weer als vanouds. Voor anderen geldt echter dat het rouwproces jaren duurt. Het inzicht wint veld dat voor een aanzienlijke minderheid geldt dat zij gedurende verscheidene jaren aanzienlijke problemen blijven ondervinden, zonder dat dit overigens hoeft te duiden op een ver­stoord rouwproces.
  • De vele vormen van normale rouw
    Rouw is veelvormig. De zojuist genoemde beweringen, die waarschijnlijk velen erg aanspreken, zijn in hun algemeenheid niet juist.
    Deze beweringen zijn te benoemen als he­dendaagse rouwsluiers. Sluiers die het zicht op wat rouw is, hebben vertroebeld. Er is niet ťťn manier van verliesverwerking maar er zijn verschillende manieren van rouw die ook 'normaal' genoemd kunnen worden.
Samenvattend
Het geloof van hulpverleners in deze rouw­sluiers kan nadelige gevolgen hebben voor de nabestaanden.
Vertoont een nabestaande een afwijkend verwerkingsgedrag, dan is de kans groot dat deze persoon als deviant wordt gezien, met als gevolg dat de feitelijk 'normale' proble­matiek verergerd wordt met alle gevolgen vandien.
Ook de nabestaanden kunnen onderhevig zijn aan deze rouwsluiers. Huilen en je ver­driet uiten doe je thuis en vaak alleen. Omdat rouw zo'n persoonlijke aangelegen­heid is, weten we weinig over hoe mensen rouwen. Mede door dit gebrek aan kennis kan bij nabestaanden gemakkelijk het idee ontstaan dat zij het niet goed doen. Verliesverwerking is een proces dat eerder gekenmerkt wordt door pluriformiteit dan door uniformiteit. Laten we ons hoeden voor al te normerend denken over hoe rouw­processen moeten verlopen op grond van vermeende kennis die in feite speculatief of onjuist is.
Palliatieve Hulpverlening Antwerpen (PHA) vzw, UA - Domein Fort VI - Edegemsesteenweg 100 bus 2 - 2610 Wilrijk ?T. 03 265 25 31 ?E. pha@uantwerpen.be