..:: www.pha.be ::..
Contact | Login Medewerkers | Grotere letters: zoom in | Zoeken:


Omgaan met rouwen en verlies: het rouwproces

Er was eens een indiaanse sjamaan. Hij had geprobeerd het leven te redden van een klein meisje van zijn stam dat bij het spelen van een rots gevallen was. Het kind was enkele dagen daarna echter toch overleden. Volgens de stamgebruiken werd ze begraven aan de oever van een rivier zodat haar ziel, wanneer deze daar klaar voor was, mee kon spoelen met het water. De avond voor het ritueel ging de sjamaan naar de verslagen ouders toe. "Voordat je haar begraaft, moet je een pluk haar afsnij­den en haar vingernagels. Je moet deze goed bewaren in een holle kalebas," zei hij hun. "Als je dat niet doet, krijg je er later spijt van."

De ouders deden dit en de vader sneed een kleine kalebas open waarin hij de nagels en het haar opborg. Het verdriet van de man en de vrouw was groot en ze misten hun dochter verschrikkelijk. De kalebas werd het belangrijkste voorwerp in hun hut. Soms opende de moeder hem en ze streelde dan de zwarte haarlok van haar dochter. Op een avond, een aantal maanden na het overlijden, vroeg de sjamaan aan het echt­paar om voor zonsopgang met het doosje naar zijn hut te komen. Toen ze daar aankwa­men, vonden ze de sjamaan voor de hut, zit­tend bij een vuur, Hij nodigde hen uit naast hem te komen zitten. Hij sprak: "Haar ziel is vertrokken om te leven in de andere we­reld, maar jullie ziel kan daar nog niet heen reizen, hoewel je daar nu naar verlangt. Om hier te blijven moet je het haar en de nagels van je dochter die je hebt afgeknipt, verbran­den in dit vuur." De moeder barstte in tranen uit en zei: "Dat is het enige dat we nog van haar bezitten, dat mag je niet van ons eisen." Maar de sja­maan sprak: "Je verliest wat nooit van jou was. Hielpen deze nagels je ooit om jezelf te krabben? Heeft dit haar ooit jouw hoofd beschermd tegen de zon? Toen haar ziel in het lichaam woonde, hielpen ze haar. Hoe kunnen ze ooit jouw ziel helpen?" De vader zei verontwaardigd:" Maar je had gelijk toen je ons zei haar nagels en haar af te knippen. Alleen hierdoor hebben we de pijn kunnen uithouden. Dit offer dat je vraagt, is ondraaglijk."
De sjamaan glimlachte en zei: "Je offert wat je dochter zelf allang blijmoedig verloren zou hebben. Als zij nog hier zou leven, zouden deze nagels nu niet meer aan haar handen zijn maar achteloos afgebeten en weggewor­pen en dit haar zou niet meer haar hoofd bedekken maar afgesneden zijn en verwaaid door de wind. Wat zit er meer in dit doosje dan een hoopje afval en de pijn die jullie hebben opgespaard?"
 
Het rouwprocesTot voor enkele jaren was het in wetenschappelijke publicaties algemeen aanvaard om te spreken van fasen of stadia in 'het' rouw­proces. De gedachte dat het rouwproces opgedeeld kan worden in fasen gaat terug op invloedrijke auteurs als KŁbler - Ross (1982), Parkes (1972) en Bowlby (1980), die veelvuldig de term 'fasen' hanteerden. Zij onderscheidden in een rouwproces een aan­tal fasen die iemand zou moeten doorlopen, alvorens hij of zij het rouwproces op een goede wijze zou kunnen afsluiten. Hoewel er in de literatuur onenigheid is over de vraag in hoeverre deze (en ook andere) auteurs de term fase heel strikt opvatten (ter ver­gelijking: zoals een huis in opeenvolgende fasen wordt gebouwd, eerst de fundering en uiteindelijk pas het dak), is het zeker dat de term fase door het grote publiek en ook door nogal wat hulpverleners letterlijk is geno­men. Adequate verliesverwerking werd daar­mee identiek aan het in een vaste volgorde doorlopen van een aantal voorgeschreven stadia of fasen (zoals shock, ontkenning, de­pressie, ...). Als iemand een bepaalde emotie 'nog' niet heeft ervaren, dan is er reden voor zorg. Gaandeweg is duidelijk geworden dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor deze strikte fasengedachte. In plaats van fasenmodellen heeft de laatste jaren het zogenoemde rouwtakenmodel van de Amerikaanse rouwdeskundige William Worden (1992) grote bekendheid gekregen. Anders dan de fasenmodellen doet dit ta-kenmodel niet zozeer uitspraken over het rouwproces, maar benadrukt het model de uitkomsten, de taken, die verricht moeten worden. Verder heeft de term fase een wat passievere connotatie dan de term taak: aan fasen ben je onderhevig, terwijl je voor taken staat.

Kubler - Ross
(zichtbaar gedrag)
Parkes
(fases)
Worden
(taken)

schok
ontkenning
woede en onschuld
onderhandelen
wanhoop
aanvaarding
verdoving
smachtend verlangen
desorganisatie en wanhoop
reorganisatie
aanvaarden van de realiteit van het verlies,
ervaren van de pijn van het verlies,
zich aanpassen aan de omgeving zonder de overledene,
emotionele energie losmaken van de overledene en herinvesteren in nieuwe relaties
William Worden beschrijft in zijn concept vier taken die noodzakelijkerwijs moeten worden vervuld voor de rouw voltooid is. Onvoltooide rouwtaken kunnen de ver­dere groei en ontwikkeling hinderen. Ook al volgen de taken niet noodzakelijk een specifieke volgorde, toch is er een zekere volgorde gesuggereerd in de omschrijvingen. Men kan bijvoorbeeld niet afrekenen met de emotionele impact van een verlies als men er niet eerst toe gekomen is het verlies onder ogen te zien.

Besluitend kunnen we dus stellen dat in het model van de fasen en stadia de rouw deze moet doorlopen en niet de rouwende. Bij het rouwtakenmodel van Worden is het de rou­wende zelf die rouwarbeid moet verrichten.

Eerste rouwtaak: aanvaarden van de werkelijkheid van het verlies
Als iemand sterft, heeft de nabestaande vaak het gevoel dat het niet waar kan zijn, zelfs als de dood was verwacht na een langdurige ziekte. Men voelt een sfeer van onwerkelijkheid. Het verlies dringt niet in zijn volle dimensie door. Eerste reacties in de zin van 'Het is niet mogelijk', 'Het moet een vergissing zijn', 'Ik kan het niet geloven', komen frequent voor. Men lijkt geschokt en dit wordt op verschillende manieren geuit. Sommigen kunnen nauwelijks een woord uitbrengen, anderen wenen, weer anderen willen onmiddellijk naar de overledene toe. Sommigen lijken mechanisch, robotachtig te functioneren en schijnen een emotionele afstand te bewaren.
Om echt met de rouw te beginnen, moet men het verlies erkennen. Als men het gebeuren ontkent of als men weigert te geloven dat de dood onomkeerbaar is en blijft verwachten dat de persoon terug zal komen, dan is er geen reden om te rouwen. De werkelijkheid onder ogen zien is niet gemakkelijk. Als ie­mand sterft, is er altijd een gevoel alsof het niet is gebeurd. Men kan zo intens verlangen naar de overledene dat men de overledene meent te zien, te horen, te ruiken. Het omgekeerde van aanvaarding van het verlies is ontkenning. Het ontkennen kan op verscheidene niveaus plaatsvinden en kan verschillende vormen aannemen, maar meestal gaat het om het verlies zelf, de betekenis of de onomkeerbaarheid van het verlies.
Het ontkennen van het verlies zelf kan variŽren van een lichte ontregeling tot een volledige waan. Het zeldzame geval dat de nabestaande het dode lichaam een aantal dagen in huis houdt voordat iemand van het overlijden op de hoogte wordt gesteld, is een gevolg van een waan.
Het komt vaker voor dat iemand overgaat tot 'mummificatie', d.w.z. bezittingen van de overledene zo prepareren dat de dode ze direct kan gebruiken wanneer hij terugkomt. Ouders die een kind verliezen, laten vaak de kamer van het kind intact. Dit is direct na de gebeurtenis niet ongewoon, maar wanneer dit jaren zo blijft, betekent het dat de dood wordt ontkend.
Een andere manier waarop mensen zichzelf beschermen tegen de realiteit, is het ontken­nen van de betekenis van het verlies. Zo wordt aan het verlies minder betekenis ge­geven dan het in werkelijkheid heeft. Hierbij passen uitdrukkingen als 'Hij was geen goede vader', 'We waren niet zo dik met el­kaar', of 'Ik mis hem niet'. Sommige mensen gooien kleren en andere persoonlijke bezit­tingen die aan de overledene herinneren, resoluut weg. Het wegdoen van alle herin­neringen aan de overledene is de tegenpool van 'mummificatie' en is een bagatelliseren van het verlies. Het is alsof de nabestaanden zichzelf beschermen door het verwijderen van alles wat hen direct kan confronteren met de realiteit van het verlies. Sommige mensen belemmeren het voltooien van
taak 1 door de onomkeerbaarheid van de dood te ontkennen. Een goed voorbeeld werd gegeven in een televisieprogramma enkele jaren geleden. Het ging over een huisvrouw van middelbare leeftijd die haar moeder en haar twaalf jaar oude dochter bij een brand in huis had verloren. Twee jaar lang bracht ze haar dagen door met het zeggen van: "Ik wil niet dat jullie dood zijn, ik wil niet dat jullie dood zijn, ik wil jullie niet dood hebben.' Een deel van haar therapie werd gewijd aan het leren onder ogen zien dat ze dood waren en nooit meer terug zouden komen, Een andere strategie om het onherroepelijke van de dood te ontkennen is spiritisme. De hoop op hereniging met de dode is een normaal gevoel, zeker in de eerste dagen en weken die volgen op het verlies. De voortdu­rende hoop op zo'n hereniging is echter niet normaal.
 
Om het rouwproces echt in te zetten, moet de werkelijkheid van het verlies worden er­kend. Daarom is het belangrijk het overleden lichaam te zien. Men raadt dit soms af omdat de confrontatie te moeilijk zou zijn voor de nabestaanden. Vooral als iemand zwaar verminkt is na een ongeval of geen mooie aanblik heeft na een ernstige ziekte, zegt men soms: "Probeer het beeld te bewaren zoals hij leefde." Men staat echter voor de opdracht om de werkelijkheid van de dood te aanvaarden. Daarom is het van groot be­lang, hoe ernstig verminkt hij ook is, om te proberen de overledene op te baren op een verzorgde wijze zodat de familie kan komen groeten. Eventueel hoeft slechts een hand of een vinger zichtbaar te zijn. als het niet an­ders kan. Als men spreekt over iemand die niet toonbaar is, is de voorstelling vaak veel erger dan de werkelijkheid. Naast erkennen van de werkelijkheid, is het voor de verwerking belangrijk te verstaan wat zich heeft voorgedaan. Men heeft een verklaring nodig voor wat, hoe en waarom dit gebeurde. De verklaring die men voor zichzelf aanvaardt, hoeft niet voor ieder­een dezelfde te zijn. Dit is niet belangrijk zolang deze verklaring maar de persoon zelf bevredigt. Het is om deze reden dat ouders vaak bijzonder grote moeite hebben om het verlies van een kind door wiegendood te verwerken. Er is geen echte reden voor aan te geven. Men blijft vaak zoeken naar verklaringen.
Men kan iemand helpen bij het verwerken van deze eerste taak door ervoor te zorgen dat iemand de kans krijgt om de overledene te gaan groeten, ook iemand die ernstig verminkt is. Ook nauwkeurige uitleg over wat gebeurd is, waarbij niets wordt achter­gehouden voor de nabestaanden, helpt om de realiteit te verstaan. Het betrekken van de familie in de regelingen voor de uitvaart en de begrafenis maakt het gebeuren meer reŽel dan wanneer alles geregeld wordt zon­der hen.
 
Tweede rouwtaak: ervaren van de pijn van het verlies
Het Duitse woord 'Schmerz' is van toepas­sing wanneer we het hebben over pijn en wel omdat de betekenis zowel fysieke pijn betreft als de emotionele pijn die geassoci­eerd wordt met verlies. De pijn moet worden erkend en doorleefd. Zoniet zal deze naar bo­ven komen in de vorm van bepaalde sympto­men of afwijkend gedrag. Parkers bevestigt dit wanneer hij zegt: "Als de nabestaande door de pijn van het verdriet heen moet om het verdriet te kunnen verwerken, dan kan worden verwacht dat alles wat wordt gedaan om deze pijn te vermijden of te onderdruk­ken het proces verlengt." (1973) Er zijn individuele verschillen in de inten­siteit van de pijn en de manier waarop die wordt ervaren. Maar het is niet mogelijk iemand te verliezen aan wie men zeer sterk gehecht is geweest, zonder een zekere vorm van pijn te ervaren. De meest karakteris­tieke trek van rouw is niet het voortdurend depressief zijn, maar het zijn de tijdelijke en hevige pijnscheuten. Dit zijn perioden van hevige angst en psychologische pijn. De over­ledene wordt op die momenten erg gemist en de overlevende snikt en huilt. In het begin zijn deze opstoten van pijn erg frequent. Na een paar weken neemt de frequentie af en komen ze enkel nog voor als iets het verlies in herinnering brengt.

Moeilijke momenten, die het verlies sterk in herinnering brengen, zijn vaak: het ont­vangen van de rekening van het ziekenhuis; het afhandelen van een levensverzekering; het inleveren van de iden­titeitskaart; momenten waarop men vroeger gezellig samen was zoals de zondagavond, verjaardagen, het eind­examen van de kinde­ren, vader- en moederdag; het onverwachts in handen krijgen van een herinnering zoals de huwelijksring, een foto, een brief ... Alles wat mensen emotioneel aanspreekt, kan in alle hevigheid de pijn van het verlies oproepen: de eerste krokussen in de tuin, de eerste zonnebloem, de paasbloemen, de eerste vakantiedag, de eerste schooldag, de eerste lentedag. Het verlies kan bij momen­ten bijna op de achtergrond verdwijnen maar plots weer in alle hevigheid op de voorgrond treden op een moment dat men dit niet verwacht. Soms gebeurt dit naar aanleiding van een bezoek of op een moment dat men aandacht krijgt van iemand. Bezoekers wor­den soms afgeschrikt door het grote verdriet dat wordt opgeroepen door hun bezoek en denken dan vaak dat ze beter niet meer komen. Verdriet verwerken betekent echter de pijn doorstaan. Feestdagen zijn voor rouwenden vaak treurdagen, dagen van intens gemis en van groot verlies. Dit is normaal omdat mensen elkaar op feestdagen vaak opzoeken en alles roept een sfeer op van gezellig samenzijn. Verlies wordt dan ook heel sterk aangevoeld. Men kan dat niet vermijden. Het getuigt van meer begrip als men in plaats van 'gelukkig nieuwjaar' te wensen en door te lopen, even kan stilstaan en iets kan zeggen als: "De eerste Nieuwjaar zonder Katrien is wellicht een moeilijke dag," en dan tijd kan nemen om te luisteren naar het verdriet van de andere. De pijn van het verdriet komt niet alleen tot uiting in lichamelijke pijnscheuten en huilbuien maar ook in opstandigheid en agressie. Deze agres­sie kan zich richten op iedereen: de over­ledene, God, zichzelf, de artsen en het zie­kenhuis. Protest en agressie zijn normale reacties in een rouw­proces. Deze gevoe­lens moeten kunnen worden geuit en niet worden tegengehouden. De omgeving heeft vaak de neiging deze gevoelens af te remmen omdat ze beangstigen. Vertrouwde personen die het meest nabij zijn, krijgen vaak ook het meest de agressie te verduren omdat de rouwende zich hier veilig voelt. In echtelijke relaties reageren man en vrouw vaak hun agressie af op elkaar. Dit kan de relatie doen breken. Men vraagt zich dan af wiens fout of schuld het is, terwijl het de schuld is van de omstandigheden.

Pijn kan ook tot uitdrukking komen in schuldgevoelens. Er zijn in een liefdesrela­tie altijd aspecten die aanleiding geven tot schuldgevoelens achteraf omdat een relatie nooit perfect kan zijn. Had ik maar meer zorg voor haar gedragen! Waarom was ik soms zo kortaf? Had ik hem niet moeten dwingen te stoppen met roken? Waarom heb ik zo lang gezwegen over zijn toestand? Ontelbare zorgen in de zin van 'had ik maar ...' blijven de nabestaanden vaak zeer lang kwellen. Schuldgevoelens kunnen zowel met reŽle tekortkomingen te maken hebben als met ir­reŽle. Ook al gaat het om schuldgevoelens op basis van irreŽle voorstellingen, toch is het nodig dat ze kunnen geuit worden omdat men op deze manier ook de pijn tot uitdruk­king laat komen. In plaats van te zeggen dat men zich niet schuldig mag voelen, werkt het meer adequaat als men duidelijk maakt dat schuldgevoelens normale reacties zijn in een rouwperiode en dat men daarvan enkel kan worden bevrijd door ze uit te spreken. Dit betekent niet dat men schuldig is, maar het is een weg waarlangs de pijn naar buiten komt. De tweede taak van de rouwarbeid, het erva­ren van pijn, vraagt soms om onderbreking, om momenten waarop men afstand neemt van de pijn om wat bij te tanken zodat men het op een ander moment weer aankan. Men moet er eens enkele dagen uit, men onder­neemt een activiteit die alle aandacht vraagt of men gaat naar een meeslepende film. Dat is af en toe noodzakelijk om te voorkomen dat men totaal uitgeput raakt door de pijn. Dit soort onderbrekingen betekent niet dat men de rouw niet doormaakt. Er kunnen enkel problemen ontstaan als men continu het verdriet ontloopt en er te weinig tijd en aandacht voor heeft.

Het niet vervullen van deze tweede taak is: niet voelen, zich afsluiten voor gevoelens, alles wat aan de overledene herinnert ver­mijden, op eufore wijze reageren. Indien de tweede taak niet adequaat wordt doorge­werkt, kan later psychotherapie vereist zijn. Een bijkomende complicatie kan zijn dat op een later moment het voor de omgeving moeilijker te begrijpen is en er ook vaak min­der steun beschikbaar is dan in de eerste tijd na het overlijden. Men kan iemand helpen bij het vervullen van deze tweede taak door de confrontatie met de pijn niet voortdurend te ontlopen maar de kans te geven erbij stil te staan. Vrienden en familieleden durven vaak de naam van de overledene niet uitspreken om­dat ze bang zijn hiermee pijn op te roepen. Men durft niet belangstellend te vragen hoe het gaat of op bezoek te gaan bij de nabe­staanden. Nochtans zijn dit kansen om hen niet alleen te laten met de pijn. Men helpt rouwenden in het opnemen en afwerken van de tweede taak als men de confrontatie met de pijn niet voortdurend probeert te vermijden maar mensen de kans geeft de pijn te ervaren in zorgzaam contact met anderen. Het helpt ook als men mensen duidelijk kan maken dat gevoelens van op­standigheid en van schuld normale reacties zijn die mogen worden geuit en die men niet probeert weg te duwen. Omstaanders hebben er vaak moeite mee als pijn wordt geuit; ze proberen dan remedies tegen de pijn aan te brengen. Als een klein kind sterft bij de geboorte, krijgen de ouders reacties als: "Je bent nog jong. Je kunt er nog krijgen. Probeer te vergeten dat het zich heeft voorgedaan. Over twaalf maanden ben je hier terug. Je kind was toch gehandicapt. Wees blij dat hij zo niet is blijven leven. Je hebt toch nog twee gezonde kinderen." Of als een bejaarde sterft, vraagt men onmiddel­lijk: "Hoe oud was hij?" Het is dan net alsof de leeftijd een remedie is tegen het verdriet. Daarmee neemt men echter de pijn niet weg van de weduwe die na vijftig jaar huwelijk alleen verder moet leven. Men helpt treurenden meer als men luis­tert naar hoe ze zich voelen, in plaats van te vertellen hoe ze zich wel of niet moeten voelen.

Derde rouwtaak: aanpassen aan de omgeving zonder de overledene
Het aanpassen aan een nieuw leven heeft verschillende betekenissen die afhangen van de band met de overledene en van de uiteenlopende taken die deze vervulde. Parkes ( 1972) brengt een belangrijk punt aan de orde:
Bij een verlies is het zelden duidelijk wat het precies inhoudt. Het verlies van een echtge­noot bijvoorbeeld kan al dan niet het verlies betekenen van een seksuele partner, een maatje, een accountant, een tuinman, een babyoppas, een luisterend oor, een bedverwarmer en nog veel meer. Dit hangt af van de specifieke rollen die normaal gesproken door deze echtgenoot werden vervuld. De nabestaande is zich, tot het verlies plaats­vond, gewoonlijk niet bewust van alle rollen die de overledene vervulde. Het komt er nu op aan nieuwe vaardigheden te leren en een oplossing te vinden voor de rollen die door de overledene vroeger werden opgenomen. Dit gaat vaak gepaard met zeer veel emoties, zoals kwaadheid, groot verdriet, agressie, ontgoocheling, machteloosheid, De nabestaande moet zich niet alleen aan­passen aan de bezigheden die vroeger wer­den vervuld door de overledene, maar wordt door de dood ook geconfronteerd met de uitdaging zijn zelfbeeld aan te passen. Verlies kan een ernstige terugval tot gevolg hebben als de nabestaande zichzelf ziet als hulpeloos, inadequaat, incapabel, kinderlijk of persoonlijk bankroet, Pogingen om de ta­ken van de overledene over te nemen falen en dit kan leiden tot een verder afnemen van het gevoel van eigenwaarde. Dan worden de persoonlijke vermogens in twijfel getrokken en wordt elke verandering toegeschreven aan geluk of noodlot en niet aan eigen kracht en vermogen. In de loop van de tijd maken deze negatieve ideeŽn echter plaats voor meer positieve. De nabestaanden zijn dan in staat zorg te dragen voor hun bezigheden en leren nieuwe manieren om met de eisen van het leven om te gaan.

Een ander aanpassingsgebied heeft te ma­ken met de manier waarop men in de wereld staat. Verlies door de dood kan iemands waarden ten aanzien van het leven en filoso­fische opvattingen veranderen, opvattingen die beÔnvloed worden door de familie, het milieu, de opvoeding en het geloof maar ook levenservaringen. De derde taak is mislukt als men zich niet aanpast aan het verlies. Sommigen werken zichzelf tegen door zich hulpeloos op te stel­len, door de vaardigheden niet te ontwikke­len die ze nodig hebben of door zich terug te trekken uit de omgeving en de maatschappe­lijke verplichtingen niet onder ogen te zien. Een uiting hiervan is de idealisering van de overledene. Dit stelt vaak bijzondere problemen in een gezin waarvan ťťn van de kinderen sterft. Het idealiseren van het verloren kind kan de andere kinderen het gevoel geven dat zij voor hun ouders niets of niemand zijn.

Hier ligt een probleem dat vaak wordt veron­achtzaamd. Ook de andere kinderen treuren om het verlies van een broer of zus, maar ze worden dagelijks geconfronteerd met het gevoel dat de afgestorvene alles betekende. Vaak kunnen ouders in hun verdriet hun aandacht niet meer harmonisch verdelen. Het is een belangrijke opdracht voor de om­geving en de hulpverleners om hieraan de nodige aandacht te schenken. Als het rouwproces normaal verloopt, neemt de idealisering geleidelijk af en komt er een reŽel beeld in de plaats. Verwerking betekent immers herstel van een reŽel beeld met posi­tieve en negatieve aspecten. Een andere vorm waarin men de overledene probeert vast te houden, is de identifica­tie. Deze kan zich voordoen onder allerlei vormen. De rouwende kan de interesse, doelstellingen en activiteiten van de geliefde overnemen. Men gedraagt zich zoals de overledene. Soms vertoont men klachten of symptomen die de afgestorvene ook vertoon­de. Men heeft soms het gevoel te denken en te beslissen in zijn geest. We kennen ook de identificatie in derden: men wenst dat de kinderen de plaats innemen van de overle­dene. De oudste zoon of dochter wordt soms in deze rol gedrukt na het overlijden van va­der of moeder. Ook het zelf dood willen zijn, de doodswens, is een vorm van identificatie met de overledene. De wens om dood te zijn is niet hetzelfde als de idee om zelfmoord te plegen. Het gaat hier in essentie niet om zich te beroven van het leven maar om bevrijd te zijn van het leed en verenigd te zijn met de overledene.
Men kan rouwenden helpen in het opnemen van de derde taak door telkens opnieuw te luisteren naar wat deze aanpassing voor hen betekent en welke moeilijkheden dit allemaal meebrengt. Door steeds opnieuw te luisteren, helpt men mensen geleidelijk opnieuw op verhaal te komen in het leven. Door aandachtig te luisteren kan men ook achterhalen wat het meeste moeite kost, welke nieuwe vaardigheden kunnen worden aangeleerd en waarmee men iemand kan helpen.
 
Vierde rouwtaak: een nieuwe plaats geven aan de overledene en opnieuw leren houden van het leven
De vierde taak bestaat erin de overledene een nieuwe emotionele plaats te geven in het leven.
Dit betekent niet dat men niet meer houdt van de overledene of dat men hem vergeet. De relatie is veranderd, maar de overledene blijft steeds een speciale plaats innemen in het hart en de geest van de nabestaanden. De intensiteit van de band wordt echter anders. Men komt er geleide­lijk aan toe weer emotionele energie op te brengen voor het leven daarbuiten. Men leert opnieuw houden van het leven en van andere mensen en alle aandacht gaat niet langer naar het verloren leven. Velen hebben moeite met deze vierde taak omdat ze vrezen dat ze de nagedachtenis van hun overleden echtgenoot, kind of vader oneer aandoen als ze opnieuw leren hou­den van het leven of van andere mensen. Sommigen worden ook afgeschrikt door het vooruitzicht dat ook nieuwe relaties kunnen afbreken en eindigen met verlies. Niet voltooien van deze vierde taak kan men best beschrijven als: zich niet meer binden, niet meer houden van het leven en van men­sen, Sommigen vinden het verlies zo pijnlijk dat ze besluiten zich nooit meer te binden. Voor velen is deze vierde taak de moeilijkste om te vervullen. Ze lopen op dit punt vast in hun rouw en stellen veel later vast dat hun leven als het ware gestopt is op het moment van het verlies.
 
Voltooiing van het rouwproces
Het rouwproces is voltooid als de vier ge­noemde taken zijn vervuld. Het is onmoge­lijk een precieze tijdsduur voor een rouwpro­ces te omschrijven. De tijd die iemand nodig heeft om het verlies te verwerken, hangt af van veel factoren, zoals bijvoorbeeld: de relatie met de persoon die sterft, de ma­nier van verwerken van de overlevende, de omstandigheden van de dood, het vroegtij­dige karakter van de dood, de steun die men heeft ervaren in de verwerking, de wijze waarop het sterven werd meegedeeld, wat men heeft kunnen doen voor de persoon voor hij stierf, Deze veelheid aan factoren maakt wellicht duidelijk dat het niet zomaar te voorspellen is hoelang de verwerking kan duren. Een periode van ťťn tot twee jaar is geen lange periode om een belangrijk verlies te verwerken. Vijf jaar is helemaal niet te lang om het sterven van een kind te verwerken. Een criterium van verwerking is dat men aan de overledene kan terugdenken zonder steeds intense pijn te ervaren, alhoe­wel iets van de pijn van het verlies een leven lang duurt.

Men kan dit vergelijken met het beeld van een schaduw. Verdriet na verlies gaat met mensen mee doorheen hun verdere leven zoals de schaduw van een mens hem overal vergezelt. De schaduw van een mens is soms groot en soms klein, soms ligt ze voor hem, soms achter en dan weer naast hem. Soms ziet men ze en op andere momenten is ze onzichtbaar. Men kan een hoek van een straat omgaan en de schaduw ligt plots le­vensgroot voor de persoon en stapt elke stap met hem mee. Zo is het ook met verdriet. Het kan opeens levensgroot aanwezig zijn als men het niet verwacht. Het eindresultaat van verwerking is 'inte­gratie' en niet 'vergeten'. Vergeten is geen troost, het is ontkenning van het verdriet, De goede afloop van het rouwproces is moei­lijk te bepalen. Het bevat minstens de drie volgende aspecten die nauw met elkaar in verband staan:

  1. men voelt zich op de meeste momenten opnieuw goed in het leven en men kan opnieuw genieten van alledaagse din­gen;
  2. men kan de problemen van het leven weer aan;
  3. men wordt minder in beslag genomen door het verdriet.

Na een ernstig verlies wordt het leven nooit meer zoals voorheen. Dit betekent niet dat men geen nieuwe zin in het leven kan vin­den en niet meer echt gelukkig kan worden. Men kan groeien doorheen het verlies en met een vernieuwde levenservaring, gelou­terd door de pijn en het verdriet, zeer veel betekenen voor andere mensen. De overle­dene kan op een andere wijze aanwezig zijn in dit leven als een bron van inspiratie en van kracht.

Palliatieve Hulpverlening Antwerpen (PHA) vzw, UA - Domein Fort VI - Edegemsesteenweg 100 bus 2 - 2610 Wilrijk ?T. 03 265 25 31 ?E. pha@uantwerpen.be