..:: www.pha.be ::..
Contact | Login Medewerkers | Grotere letters: zoom in | Zoeken:


VISIETEKST FEDERATIE PALLIATIEVE ZORG VLAANDEREN: 
OMGAAN MET EUTHANASIE EN ANDERE VORMEN VAN MEDISCH BEGELEID STERVEN
 
Het doel van palliatieve zorg is de best mogelijke levenskwaliteit te bieden aan de ongeneeslijk zieke patiŽnt en zijn naastbestaanden. Om dit doel te bereiken moeten er niet zelden delicate medisch-ethische beslissingen genomen worden. Is een ziekenhuisopname nog aangewezen? Of is het beter de patiŽnt zijn of haar laatste maanden in de vertrouwde omgeving te laten doorbrengen? Hoever kunnen we gaan in onze pijn- en symptoomcontrole? Wat doen we met voeding en vocht als normaal eten en drinken onmogelijk wordt? Wanneer wordt een levensverlengende behandeling therapeutische hardnekkigheid? ...  De ervaring leert en wetenschappelijk onderzoek toont aan dat zorgverleners veel vaker met deze moeilijke vragen te maken hebben dan met vragen omtrent euthanasie. Het is van het grootste belang dat ook bij deze vragen, waarvoor er geen uitgewerkte, wettelijke procedures zijn voorzien, de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt beoogd. Ook hier moet de stem van de patiŽnt een bepalende rol spelen. Ook hier zijn gespecialiseerd advies en deskundige ondersteuning aangewezen. Voor dit advies en deze ondersteuning kan iedere zorgverlener bij de palliatieve equipes van de eigen regio of instelling terecht.

Niettegenstaande haar inbedding in een veel omvangrijker geheel van medisch-ethische beslissingen verdient euthanasie, omwille van haar uitzonderlijke karakter, onze bijzondere aandacht. Van bij het begin van het euthanasiedebat heeft de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen ervoor gekozen een open en constructieve dialoog aan te gaan met de politieke wereld. Het in voege treden van de euthanasiewet, nu bijna ťťn jaar geleden, heeft binnen de Federatie en haar diverse geledingen het denkproces omtrent euthanasie en andere vormen van medisch begeleid sterven alleen maar versterkt. Bij heel wat zorgverleners blijken rond euthanasie en de euthanasiewet nog steeds heel wat vragen en onzekerheden te bestaan. Als overkoepelend orgaan van de Vlaamse palliatieve zorg-initiatieven leek het ons daarom aangewezen, mede ook met het oog op de voorziene evaluatie van de euthanasiewet, de volgende aandachtspunten naar voren te schuiven.

  Uitgangspunt: geen polarisatie, maar dialoog en respect

  1. Palliatieve zorg en euthanasie zijn alternatieven noch tegenpolen. Wanneer een arts bereid is het euthanasieverzoek in te willigen van een patiŽnt die ondanks de beste zorgen ondraaglijk blijft lijden, dan  ontstaat geen breuk tussen de eerder door de arts gegeven palliatieve zorg en de nu door hem toegepaste euthanasie, integendeel. Euthanasie maakt in voorkomend geval deel uit van de palliatieve zorg waarmee de arts en het verzorgend team de patiŽnt en zijn/haar naasten omringt.
  2. Dialoog en respect zijn sleutelwoorden in het omgaan met euthanasie en andere vormen van medisch begeleid sterven. Een eerlijke en interactieve houding waarin men met de patiŽnt op weg gaat, in alle openheid maar ook in het grootste respect voor zijn/haar levensovertuiging en deze van zichzelf en de andere zorgverleners,  biedt de beste kansen voor een menswaardig sterven. Zorgverleners hebben hierbij het volste recht eigen ethische grenzen te stellen, al wordt verwacht dat ze deze grenzen eerlijk, duidelijk en vooral ook tijdig aangeven.   

    Verantwoord omgaan met een euthanasieverzoek: begrip, deskundigheid en interdisciplinariteit 

  3. Mensen vragen niet om euthanasie vanuit ťťn of andere morbide doodswens, omdat ze altijd al zo graag dood wilden, maar omdat op een bepaald moment in hun ziekteproces voor hen het lijden en daardoor het leven zelf ondraaglijk is geworden. Diverse factoren kunnen hier, vaak in combinatie, een doorslaggevende rol spelen: de angst voor wat komen gaat, ademhalingsproblemen, ontluistering, fysieke pijn, het verlies van controle, het steeds zwakker en totaal afhankelijk worden,...  Een euthanasievraag heeft aldus bij uitstek te maken met een bestaand of verwacht gebrek aan levenskwaliteit, veroorzaakt door het lichamelijke, psycho-sociale en/of geestelijke lijden van de patiŽnt. Het is dan ook de taak van de zorgverlener die om euthanasie wordt gevraagd in meerdere open en diepgaande gesprekken (cfr. Art. 3, ß2, 2į euthanasiewet) met de patiŽnt zicht te krijgen op het waarom van zijn/haar vraag tot levensbeŽindiging: wat is het precies dat maakt dat het leven voor hem of haar niet langer uit te houden is? 
  4. Gezien het delicate, onomkeerbare en ingrijpende karakter van euthanasie is het van het grootste belang dat euthanasie slechts wordt toegepast wanneer er sprake is van een lijden Ďdat niet gelenigd kan wordení (Art. 3, ß1 euthanasiewet), van een situatie Ďwaarvoor er geen redelijke andere oplossing isí (Art. 3, ß2, 1į euthanasiewet). Vandaar dat de zorgverlener met de patiŽnt dient na te gaan of het Ďnormaleí medische handelen niet in staat is de lichamelijke, psycho-sociale en/of geestelijke pijn die aan de oorsprong ligt van zijn/haar euthanasieverzoek te verlichten. Wanneer een patiŽnt bijvoorbeeld om euthanasie vraagt omdat de lichamelijke pijn niet te harden is, dan kan euthanasie pas worden overwogen wanneer vaststaat dat zelfs een geoptimaliseerde pijntherapie niet helpt. Een verzoek om levensbeŽindiging, ook al is het nog vaag en nauwelijks uitgesproken, dient dan ook steeds de aanleiding te zijn tot een evaluatie en zo nodig bijsturing van de eigen zorgpraktijk. Wat kunnen we doen om onze zorg nog meer af te stemmen op de noden van de patiŽnt? Is het lijden van de patiŽnt inderdaad niet te lenigen? Of stoten we gewoon op de grenzen van het eigen kunnen en is daarom gespecialiseerd advies noodzakelijk? 
  5. Palliatieve zorg is, omdat ze de mens in zijn totaliteit benadert, per definitie interdisciplinair. Een arts die om euthanasie wordt verzocht kan zich in zijn/haar zorg voor deze patiŽnt en zijn/haar beslissing al dan niet in te gaan op het verzoek van de patiŽnt dan ook nooit als eenling gedragen. Een verantwoorde omgang met een euthanasieverzoek houdt steeds een interdisciplinaire benadering in. Er zijn enerzijds reeds de veelheid, diversiteit en complexiteit van motieven die aan een verzoek tot levensbeŽindiging ten grondslag kunnen liggen en de eigen inzichten die de verschillende zorgverleners terzake kunnen bieden. Men denke bijvoorbeeld aan de verpleegkundigen die vaak letterlijk en figuurlijk dicht bij de patiŽnt staan een daardoor vaak heel goed weten wat er schort (zie punt 3). En anderzijds is een gespecialiseerde inbreng vanuit diverse disciplines vaak noodzakelijk om het lijden van de patiŽnt te lenigen (zie punt 4).  

    De palliatieve equipe: ook bij een euthanasieverzoek de aangewezen partner

  6. Wanneer een hulpverlener geconfronteerd wordt met een euthanasieverzoek, is het omwille van het aangegeven grote belang van gespecialiseerde deskundigheid en interdisciplinariteit meer dan aangewezen om de palliatieve equipe van de eigen instelling of de plaatselijke thuiszorgregio in het overleg te betrekken. Het omvattende, sterk uitgebouwde en daardoor unieke netwerk van palliatieve equipes dat ons land kent is immers precies opgericht om de niet zelden problematische levenskwaliteit van ongeneeslijk zieken te verbeteren, om hun lijden, van welke aard ook, in de mate van het mogelijke te lenigen. De expertise, interdisciplinariteit en emancipatorische aanpak eigen aan deze equipes staat garant voor de zorgvuldigheid en werkzaamheid van hun optreden. Wanneer een arts of zorgverlener te maken krijgt met vragen rond euthanasie, stellen deze equipes graag hun palliatieve expertise ter beschikking, niet om betweterig te zijn of in de plaats te treden, maar om te informeren over palliatieve mogelijkheden en om te ondersteunen. Op die manier kunnen tragische schijnkeuzes, die meer te maken hebben met het ontbreken van goede palliatieve zorg dan met een uitdrukkelijke wil het leven te beŽindigen, worden vermeden en wordt een keuze voor euthanasie een echte, geÔnformeerde keuze. De Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen herhaalt dan ook haar voorstel om in de euthanasieprocedure een voorafgaandelijk palliatief overleg met de palliatieve ondersteuningsequipe van de eigen instelling of het plaatselijke palliatieve netwerk in te bouwen. Een dergelijk overleg is overigens belangrijk bij alle vormen van medisch begeleid sterven. De praktijk leert intussen in elk geval dat veel artsen, vanuit hun terechte bezorgdheid bij een euthanasieverzoek een verantwoorde beslissing te nemen, een belangrijke plaats toekennen aan het overleg met de palliatieve equipe Ė zoals ze dit ook doen waar het gaat om andere delicate medisch-ethische kwesties aan het levenseinde. 
  7. Hulpverleners kunnen met al hun vragen rondom het levenseinde terecht bij de palliatieve equipes. Van de palliatieve equipes kunnen zorgverleners en patiŽnten dan ook niet alleen verwachten dat deze, in de context van een euthanasieverzoek, informeren over eventuele palliatieve alternatieven en palliatieve ondersteuning verlenen waar nodig. Zorgverleners en patiŽnten kunnen bij de netwerken en equipes ook terecht voor informatie en ondersteuning die rechtstreeks en specifiek verband houdt met euthanasie en de euthanasiewet. Equipe-artsen kunnen de rol opnemen van de Ďandereí of Ďtweedeí arts in de euthanasieprocedure. Wat men van de georganiseerde palliatieve zorg evenwel niet kan en mag verwachten is dat zij in de plaats gaat treden van de behandelende arts en zij in voorkomend geval in zijn/haar plaats euthanasie gaat uitvoeren. Dit zou volledig in tegenspraak zijn met de nadruk die wij willen leggen op de continuÔteit van de zorgverlening en de in de organisatie van de Vlaamse palliatieve zorg ingeschreven emancipatorische bekommernis: het basisprincipe dat de georganiseerde palliatieve zorg er is om te informeren en te ondersteunen en niet om in de plaats te treden van de reguliere zorg. 

    Vragen aan de overheid

  8. In lijn met wat in deze tekst naar voren wordt geschoven, heeft de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen aan de overheid gevraagd om:
    • bij de evaluatie van de euthanasiewet (in 2004), het voorstel van een voorafgaandelijke palliatieve consultatie, dat niet alleen gedragen wordt door de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen maar ook de steun geniet van de Nationale Raad van de Orde der Geneesheren en eerder reeds kon rekenen op een eenparig positief advies van de Kamercommissie Volksgezondheid, op te nemen in de wet. Deze palliatieve consultatie, een noodzakelijke voorwaarde bij alle vormen van medisch begeleid sterven, dient zo vroeg mogelijk in de stervensbegeleiding te worden ingeschakeld.
    • de uitwerking van degelijke en financieel toereikende ondersteunende maatregelen voor de palliatieve equipes (vorming, intervisie, beschikbaarheid personeel,...) zodat deze equipes in staat worden gesteld op adequate wijze om te gaan met de grote nood aan informatie en ondersteuning, ook wat betreft de diverse delicate medisch-ethische beslissingen aan het levenseinde.


Visietekst van 6 september 2003

Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen (FPZV)
Toekomststraat 36
1800 Vilvoorde
T. 02 255 30 40

 

Palliatieve Hulpverlening Antwerpen (PHA) vzw, UA - Domein Fort VI - Edegemsesteenweg 100 bus 2 - 2610 Wilrijk ?T. 03 265 25 31 ?E. pha@uantwerpen.be