..:: www.pha.be ::..
Contact | Login Medewerkers | Grotere letters: zoom in | Zoeken:


Het omgaan met emoties bij normale rouw
Je kunt niet beletten
dat de kraaien van zorg en kommer
over uw hoofd vliegen,
maar wel dat ze zich in uw haar nestelen
(Chinees spreekwoord)
 
 
Inleiding
Er is een groot aantal gevoelens dat geduren­de de verwerking van verdriet kan worden ervaren. Mensen ervaren dit als één bol van gevoelens, zoals een kluwen van wol, wat leidt tot heel veel onbehagen en pijn. Dit klu­wen van gevoelens moet ontrafeld worden zodat mensen de verschillende gevoelens kunnen erkennen en verwerken. Dit vraagt echter tijd en arbeid. Veel mensen willen een onmiddellijke verlichting van hun pijn. Ze willen een pil die de pijn kan verzachten. Hen helpen bij het accepteren van de pijn en bij het verwerken, is een hoofdbestanddeel van onze interventie. De meest voorkomen­de gevoelens voor nabestaanden zijn shock, verdriet, boosheid, woede en agressie, angst, schuld en zelfverwijt. Verder zien we nog hopeloosheid en depressie, eenzaamheid, schaamte, gevoelloosheid en opluchting.Shock

Soms geraakt men in shock bij het vernemen van een overlijden. Men kan zo van slag zijn, zo overweldigd door emoties dat men hele­maal niet meer op een normale manier kan reageren. Sommigen worden hysterisch, an­deren reageren met een abnormale kalmte of afwezigheid, "Het duurde een hele tijd voor ik kon geloven dat het waar was." De manier waarop men reageert, heeft veelal te maken met het plotse karakter van de dood of met de onvoorzienbaarheid van het overlijden. Bij een levensbedreigende ziekte kan het rouwproces reeds ingezet zijn voor het overlijden zelf. Toch kan ook hier het moment van het overlijden op zich nog een onvoorstelbare en onverwachte klap zijn. De shock is een normaal afweermechanisme dat iemand beschermt om de intense emotie te verwerken, de hele waarheid dringt niet ineens door. Deze toestand kan enige uren tot enkele dagen duren om stilaan plaats te maken voor de erkenning van de realiteit van het verlies. Het is belangrijk om zoveel mogelijk de overledene te zien om de reali­teit van het gebeuren te aanvaarden. Men moet de nodige tijd nemen om afscheid te nemen van de overledene. Bij diegenen die kunnen weten wat de pre­cieze doodsoorzaak is, kan men te rade gaan. Indien nodig, kan men een afspraak maken om achteraf meer in detail te weten wat er precies is gebeurd bij artsen, verpleegkundi­gen, politie of getuigen.

Verdriet
Intens verdriet, al dan niet gepaard gaand met steeds weerkerende huilbuien, is on­verbreekbaar verbonden met verlies. Het lijkt soms of er een enorm gewicht op de nabestaanden weegt dat hen verlamt of hen verpletteren wil. Maandenlang kunnen huil­buien iemand achtervolgen: overdag wan­neer de nabestaande terugdenkt aan hoe het vroeger was of bij het zien van vrienden, 's avonds bij het beëindigen van de dag met de vaststelling dat hij het verlies verder moet dragen of 's morgens bij het begin van een nieuwe dag zonder de dierbare. Golven van verdriet gaan meestal gepaard met lichamelijke ongemakken zoals een dichtgesnoerde keel, ademhalingsmoeilijk­heden, enz. Dit verdriet kan men moeilijk ontvluchten en draagt men lang met zich mee. Huilen kan soms enige opluchting bieden, maar voor men het weet, is men opnieuw door hetzelfde verdriet overmand. Niet iedereen uit zijn verdriet in een huilbui. Het niet kunnen of willen huilen, kan alles soms nog moeilijker doen lijken. Toch is het normaal om steeds weer opnieuw overvallen te worden door een huilbui. Na een tijdje neemt de frequentie van deze huilbuien af en komen ze enkel nog voor als het verlies in herinnering wordt gebracht. Het kan ook voorkomen dat men zich diep verdrietig voelt maar niet kan huilen. Des­noods moet men zich met moeilijke situaties confronteren. Men mag zijn verdriet niet uit de weg gaan en zich ook niet opsluiten met zijn verdriet. Het uiten van verdriet kan ech­ter meestal verlichting schenken. Zich flink houden en zijn verdriet wegmoffelen, helpt iemand zelden vooruit. Men mag zijn ver­driet vooral niet laten toedekken door een halsstarrige vlucht in medicatie, het maakt de terugkeer nog moeilijker. Het is ook zo dat mensen die niet hebben leren leven met eigen verdriet, de nabestaande misschien uit schrik een tijdje zullen mijden.
 
Boosheid, woede, agressie
Woede kan één van de meest verwarrende gevoelens zijn voor de nabestaande en daar­mee is het de wortel van veel problemen tijdens het rouwproces. Woede is een reactie op gevaar (= een vij­and). Het is een overlevingsmechanisme. De vijand bevindt zich binnenin (= de innerlij­ke pijn), maar er wordt een vijand buiten de nabestaande, een schuldige gecreëerd. Het effect van woede is dat men zijn innerlijke pijn niet meer voelt doordat men in gevecht is geraakt met één of meer schuldigen. Daar­door richt men vaak schade aan. Deze agressie kan in vele richtingen gaan:
  • Naar de overledene toe: "Ik had hem nog zo gevraagd zijn valhelm op te zet­ten. Op het ogenblik van een op het eer­ste zicht vrij onschuldige val tegen een boordsteen lag zijn valhelm achterop zijn motorfiets. Hoe stom van hem, ik vergeef het hem nooit wat hij ons heeft aangedaan ..."
  • Naar de nabestaande zelf toe: "We had­den al veel sneller het besluit moeten nemen om naar een specialist te gaan, het had heel anders kunnen lopen ..."
  • Naar derden, meestal zijn dat dokters, verpleegkundigen of verzorgers: "Ze hadden dit of dat veel sneller moeten doen ... Ze hebben haar zo veel laten lijden ..."
Het is normaal dat men boos en agressief is op diegenen van wie men denkt dat zij schuld hebben aan de dood. Men moet ech­ter bedenken dat zij zelden of nooit bewust hiermee te maken hebben of daarvoor geko­zen hebben. Woede is een 'gevaarlijke emotie'. Woede zoekt altijd een doel, een schuldige. Het ge­volg daarvan is dat er nogal eens wat schade wordt aangericht door woedende mensen: schade in materiële, maar vooral ook in emotionele zin.
Het is echter niet aangewezen om deze woede te onderdrukken of te transforme­ren. Mensen die hun woede onderdrukken, vervallen vaak in zieligheid of depressiviteit en mensen die hun woede transforme­ren, vertonen vaak schijnheilig gedrag.

Het is dus belangrijk zijn woede zo snel mogelijk zien kwijt te geraken. Om verder te kunnen gaan in het verwerkingsproces, is het nodig om het verzet tegen de pijn (= de woede) los te laten zodat de innerlijke pijn kan worden gevoeld en verwerkt. Hoe kan men deze woede loslaten? Het antwoord hierop is niet zo simpel te geven, Soms zal het inzicht dat woede een vlucht uit of verzet tegen pijn is, voldoende zijn. Bij andere mensen is boosheid hun laatste houvast. Deze mensen houden hun woede meestal relationeel. Ze zoeken een schuldi­ge. Deze woede moet ook zeker naar buiten gebracht worden. Dit gebeurt best in een kunstmatige situatie en met begeleiding. Het naar buiten brengen van de pijn kan heel di­rect gebeuren door mensen te laten razen, te tieren. Soms is het nodig deze woede licha­melijk uit te drukken. Dit ganse gebeuren noemt men het legen van zijn woede. Een­maal de weerstand is gebroken, kunnen de tranen komen. Dit zijn de tranen die moeten worden gehuild. Dit is de pijn die diep in het hart verborgen lag en waar de woede als een wachter voor stond. Dit huilen is helend.

Angst
Soms ontstaat er ook angst. Dat kan heel concrete angst zijn maar vaker gaat het om onbestemde angsten, die zich laten verwoor­den als: "Hoe moet het nu verder?" of "Nu komt het nooit meer goed." Er kunnen zelfs rampscenario's ontstaan, zoals voorstellingen van hoe rampzalig het leven vanaf dit moment zal gaan verlopen: hoe eenzaam men zal zijn, hoe moeilijk het verlies te dragen zal zijn, hoe iedereen de nabestaande in de steek zal laten, enz. Hierdoor ontstaat er nog meer angst. Angst versterkt immers zichzelf, doordat men zich van alles in zijn hoofd gaat halen wat iemand bang maakt. Wanneer men in angst zit, zit men daar ook in vast letterlijk en figuurlijk. Het zit in iemands hoofd. Angstige mensen zijn altijd rusteloos in hun hoofd: het denken, redeneren en piekeren houdt maar niet op. De mensen ervaren dit meestal als een ware hel.
Al hun energie gaat in hun hoofd zitten, ter­wijl hun lichaam als het ware verlamd bang zit te wezen.
Soms zijn ze juist heel rusteloos en gedragen ze zich chaotisch: het denken zet zich om in rusteloos doen.
Vaak treedt er ook slapeloosheid op. Er kan een dodelijke vermoeidheid optreden. Hier­door neemt de angst nog meer toe. Mensen zijn soms bang om gek van angst te worden. Angst voelen of bang zijn heeft met pijnverwerking niets te maken. Angst is in zekere zin een vlucht voor pijn. Strikt genomen is angst een afweer tegen pijn, maar de kwelling van de angst is soms vele malen erger dan de pijn zelf. Angstige mensen moeten zeker geholpen worden. Soms zullen medicijnen tijdelijk een uitkomst bieden, maar een goede prakti­sche hulp kan soms wonderen doen, zoals fi­nancieel advies geven, huishoudelijke hulp, kinderopvang, boodschappen doen, ergens anders gaan logeren, ... kortom: van buiten­af wat structuur in hun leven aanbrengen. Er moet echter ook aandacht besteed wor­den aan de oorzaak van de angst. Hiervoor moet de angstige persoon eerst gerustgesteld worden. Hij moet zich veilig voelen. Zijn angst moet erkend worden, ernstig genomen worden. Angstige mensen letterlijk eens vastnemen geeft hen een veilig gevoel. Het is belangrijk in te zien dat niemand voor de grap bang wordt. Bang zijn heeft niets met manipuleren te maken. Angstige mensen moeten worden begeleid: ze redden het niet in hun eentje.
 
Schuld en zelfverwijt
"Had ik maar dit of dat gedaan, of niet ge­daan, dan was ..." In deze zin zit heel wat tragiek besloten en hij ligt verankerd in de mond van zovelen. Het schuldgevoel is des te doordringender naarmate men de indruk heeft dat men de dood door een of ander besluit had kunnen vermijden. Bij een plots overlijden, meestal verbonden aan een ongeval, komt zoiets vrij frequent voor, "Had ik maar die motorfiets verboden." "Heb ik wel de goede dokter of het juiste ziekenhuis gekozen?" "Indien we eerder met de thera­pie gestart waren, ..." Vooral bij zelfdoding kunnen de schuldvragen loodzwaar door­wegen. Voortdurend kunnen vragen blijven doorklinken: "Was zoiets te vermijden, is het onze schuld niet?" Het zich schuldig voelen is een moeilijk vermijdbaar iets. Er bestaat immers een hemels­breed verschil tussen zich schuldig voelen en schuldig zijn. Dit laatste is een bewuste keuze en wie heeft er opzettelijk, vrij en bewust, de dood gewild? Wanneer men zich in het krijt voelt staan ten opzichte van de overledene, kan men dit schuldgevoel best uiten door het luidop of in stilte te zeggen of het neer te schrijven.
Deze gevoelens komen vaker voor wanneer men iemand plots verliest, maar ze gelden eveneens wanneer de dood na een lang ziek­teproces komt. Het gevoel dat men tekort is geschoten, dat men te weinig liefde heeft geuit, roept spijt en wroeging op en kan ie­mand wanhopig stemmen omdat het verlies onherstelbaar is. Er is geen kans meer om met de overledene hierop terug te keren.
 
Hopeloosheid en depressie
Men kan door verdriet zo overvallen worden dat men totaal ontwapend wordt en geen kracht meer vindt voor de alledaagse maar ook levensnoodzakelijke zaken. Gelukkig is de echte depressiviteit als ziektepatroon niet echt typisch bij het rouwen. Wel kunnen er momenten zijn dat er typische kenmerken van depressiviteit naar boven zullen komen, zoals het wezenloos voor zich uit staren, het ontbreken van de moed om enige activiteit te verrichten, het vertonen van een aantal lichamelijke klachten. Dit dient niet te leiden tot een echte, diepe en blijvende in­zinking. Men krijgt soms de indruk dat men nooit meer beter wordt en dat men steeds verder wegzakt. "Zal hieraan ooit een eind komen?" "Ik kom hier nooit doorheen." Dit zijn gedachten die in volle rouwperiode wel eens voorkomen.

Rouwen is een opgave, een moeilijke strijd. Het lijkt wel een onoverbrugbare hinderpaal, de kracht om terug te vechten is niet steeds aanwezig. Werken aan verdriet vergt tijd en inspanning. Het is een proces zoals de genezing van een wonde die langzaam toegroeit. Bi] het verwerken van rouw staat men een stukje alleen, maar er is ook de omgeving die haar plaats moet krijgen. Het is belangrijk met anderen over zijn onnoemelijke pijn te spreken. Niet iedereen zal kunnen helpen of niet iedereen zal begrip schenken. Maar er zullen er ook zijn die het verdriet zullen trachten mee te dragen en te verzachten. Het lijkt er soms op dat er helemaal geen voor­uitgang is te merken. Men moet soms tot op de bodem gaan en men krijgt het gevoel dat men steeds verder achteruitgaat. Dat is een heel normale, weliswaar zeer pijnlijke fase. In realiteit zit men in een proces en boekt men wel degelijk vooruitgang.

Eenzaamheid
Het verlies gaat zo op iemand wegen dat het lijkt of heel de wereld hem verlaten heeft. Men gaat gebukt onder zo'n hevig verdriet dat het contact met anderen moeilijk tot zelfs onmogelijk wordt. Diegenen die het dichtst bij de nabestaande stonden, lijken nu zo veraf. De neiging be­staat zich letterlijk af te zonderen waardoor men de steun van derden ongewild ont­vlucht en nog meer de indruk krijgt dat alle lijden alleen gedragen moet worden. Het zich afsluiten kan kwetsend overkomen voor de partner. Het lijkt dan wel of het verlies het monopolie is geworden van één persoon.
Om vereenzaming te voorkomen moet er ruimte zijn om zich af te zonderen, om al­leen te zijn. Rouwen is echter ook een sociaal gebeuren, dat wil zeggen: men kan het niet alleen, te veel afzondering belemmert, blok­keert de rouwverwerking. Men moet iemand of een aantal personen zoeken met wie men kan praten over z'n verdriet. Men mag zich niet onmiddellijk laten afschrikken wanneer mensen schrik hebben om over het verlies te praten. Men moet z'n omgeving laten weten wat het verlies betekent en hoe moeilijk het soms is.
 
Schaamte
In een rouwproces kan de nabestaande zich b.v. schamen voor de positie als alleen­staande of ouder van een overleden kind. Ook zullen in het begin veel mensen het gedrag van de nabestaande in de gaten hou­den. Deze spanning kan aanleiding zijn voor sociale angst. Ook de onredelijke uitbarstin­gen van woede kunnen schaamtegevoelens veroorzaken, alsmede de doodsoorzaak van het overlijden (zoals suïcide, alcoholisme, veroorzaker van een ongeval).
 
Gevoelloosheid
Sommige nabestaanden melden dat er ge­voelens ontbreken, Na een verlies voelen ze zich als verdoofd. Deze gevoelloosheid komt vaak vroeg in het rouwproces voor, meestal direct na het overlijdensbericht. Waar­schijnlijk ontstaat gevoelloosheid omdat het bewust omgaan met al deze gevoelens te overweldigend zou zijn. De verdoving is een bescherming tegen deze overvloed aan gevoelens.

Opluchting
Opluchting komt soms naar voren na een conflictvolle relatie, maar vaker nadat het overlijden volgde op een lang en pijnlijk ziekbed. De opluchting bestaat meestal uit het besef dat de overledene uit zijn lijden is verlost en dat de nabestaande de verant­woordelijkheid over de verzorging kwijt is. Dit is eenvoudiger te hanteren dan de op­luchting 'verlost te zijn van een tiran' na een slechte relatie.
Palliatieve Hulpverlening Antwerpen (PHA) vzw, UA - Domein Fort VI - Edegemsesteenweg 100 bus 2 - 2610 Wilrijk ?T. 03 265 25 31 ?E. pha@uantwerpen.be