..:: www.pha.be ::..
Contact | Login Medewerkers | Grotere letters: zoom in | Zoeken:


Rouwen: Verschillende soorten verlies
Afscheid nemen is een pijn
die niet geneest
steeds draag je mee
wat is geweest

Het is een grote troost
te weten
dat je alles
niet zult vergeten

Een mens kan nooit
de dood begrijpen
laat nu die pijn
maar langzaam rijpen

J. Coghe


Inleiding
Verliezen maken een fundamenteel deel uit van ons leven. Ze vormen de fundamenten van ons psychisch welbevinden. Ze geven aan dat je je gebonden hebt aan iets, iemand of aan een dier. Door verlies veranderen de bindingen in je leven en kun je je instellen op een nieuwe levensfase. Verlies is als zodanig een voorwaarde voor groei. Maar verlies gaat met pijn gepaard. Onder verlies verstaan we dan ook het kwijtraken van één of meer prominent aanwezige elementen uit je bestaan en daarmee het kwijtraken van het houvast dat je eraan ontleende.
Er komen verschillende verliezen voor in ons leven zodat we deze ook op verschillende manieren kunnen indelen. Hieronder wensen wij de verschillende indelingen kort aan te halen om dan verder op enkele specifieke verliezen dieper in te gaan.
 
Verschillende verliezen
  • Overgangsverliezen en incidentele verliezen: Overgangsverliezen: deze zijn gekoppeld aan de natuurlijke levensovergangen. Incidenteel verlies: deze zijn onvoorspelbaar en niet direct gekoppeld aan de overgangen in de menselijke levensloop. Voorbeelden zijn het overlijden van een kind. de amputa­tie van een borst, een plotse scheiding,...
  • Permanent en tijdelijk verlies: De meeste verliezen hebben een permanent karakter zoals bij het overlijden van een ge­liefd persoon, bij amputatie of verwoesting van een dierbaar object. Er zijn ook verliezen waarbij sprake is van een tijdelijke gescheidenheid: iets of iemand is zoek geweest en wordt weer gevonden. Herstelbaar zijn ook de verliezen op sym­bolisch niveau. Bij verlies van toekomstver­wachting kan men door een nieuwe levens­invulling een nieuw toekomstperspectief ontwikkelen.
  • Tastbaar en onzichtbaar verlies: Bij verlies van een lichaamsdeel en verlies van werk spreken we van tastbare verliezen. Het verlies van idealen en een miskraam zijn onzichtbare verliezen. Het verlies van een dierbare kan tastbaar en onzichtbaar zijn. In eerste instantie is dit verlies tastbaar. Naarmate de tijd verder schrijdt en rouw verinnerlijkt wordt, wordt dit verlies onzichtbaar.
  • Primair en secundair verlies: Voor de lichamelijk gehandicapte is het verlies van lichamelijke functies het primair verlies waaruit allerlei secundair verlies voort kan komen, zoals verlies van werk, inkomen, contact,enz... 
  • Partieel en meervoudig verlies: Een partieel verlies is een verlies dat betrek­king heeft op één enkel facet van het bestaan zoals een belangrijk persoon, een dier, een object, een sociale- of lichaamsfunctie. Als verlies betrekking heeft op meerdere fa­cetten van het bestaan dan spreken we van meervoudig verlies: bijvoorbeeld rampen. Partieel verlies wordt meervoudig verlies als het ene verlies het andere tot gevolg heeft, bijv. verlies van een kind leidt tot echtschei­ding.
  • Oud, nieuw en toekomstig verlies: Dit is een indeling naar het tijdstip waarop het verlies zich voordoet in de levensloop van de betrokkene. Op een bepaald tijdstip van je leven kan je te­rugblikken op verlies in het verleden, kan je nog recent verlies ervaren en in de toekomst zal er zeker ook nog verlies plaatsvinden.
  • Geanticipeerd en schokkend verlies:Geanticipeerd verlies is verlies waarop men zich van tevoren kan instellen. Bij schokkend verlies is er geen voorberei­ding mogelijk.
  • Reactief en participerend verlies: Reactief verlies is verlies waar je zelf niet bij betrokken bent, bijv. een ongeval. Je wordt er later mee geconfronteerd. Participerend verlies is verlies waar je wel direct bij betrokken bent.

Nu staan we stil bij enkele soorten verlie­zen namelijk:anticiperend verlies bij ziekte, verlies van partner, verlies binnen een jong gezin, verlies van een ouder, verlies van een broer of zus, verlies door zelfdoding, verlies door een schokkende gebeurtenis.

Anticiperend verlies bij ziekte
De term anticiperend verdriet verwijst naar verdriet dat aanwezig is voor het verlies plaatsvindt. Het komt vaak voor dat het overlijden plaatsvindt na een waarschuwing. In deze periode van anticipatie begint de toekomstige nabestaande aan de taken van het rouwproces en maakt de verschillende reacties op het verdriet door. Er kunnen problemen ontstaan die typerend zijn voor deze situatie en die specifieke interventies behoeven. Terwijl een plotseling overlijden buitengewoon traumatisch is, kan langdurig verdriet leiden tot wrok, en deze weer tot schuld.

Van al de taken van het rouwproces wordt "het aanvaarden van de realiteit van het verlies" misschien het meest gekenmerkt door een periode van anticipatie, vooral wanneer de persoon overlijdt aan een ziekte. Wanneer je ziet dat het bergafwaarts gaat, brengt dat de werkelijkheid en de onvermij­delijkheid van het overlijden dichterbij. Toch zijn er mensen die hoop blijven houden en blijven ontkennen, terwijl ze geconfronteerd worden met duidelijk zichtbare bewijzen. Een gevoel dat vaak optreedt tijdens "het ervaren van de pijn van het verlies" is een toename van angst. Bij veel mensen neemt deze angst toe en wordt ze groter naarmate deze periode van anticiperend verdriet lan­ger duurt en het overlijden dichterbij komt. Er is hier ook een toename van de existen­tiële angst door een toegenomen besef van de eigen sterfelijkheid. Als je iemand tijdens een progressieve ziekte achteruit ziet gaan, kan het niet anders of je identificeert je met de ander en je beseft dat dit ook jouw lot kan zijn.

Eén van de problemen bij een te lange peri­ode van anticiperend verdriet is dat iemand zich emotioneel te vroeg kan terugtrekken. Dit kan weer de oorzaak worden van een moeilijke relatie. Het tegenovergestelde kan ook voorkomen, In plaats van zich emotioneel van de patiënt terug te trekken, komen de gezinsleden te dichtbij de stervende. Het is alsof ze schuld­- en verliesgevoelens willen voorkomen door overdreven veel zorg aan de patiënt te beste­den. Dit gebeurt vooral als er sprake is van ambivalente gevoelens voor de stervende. Ze zoeken het dan in overdreven zorg of proberen alternatieve geneeswijzen. Dit kan tot problemen leiden, niet alleen voor de pa­tiënt, maar ook voor de hulpverleners. De periode die vooraf gaat aan het sterven, kan erg nuttig worden gebruikt. Dit kan een geweldige invloed hebben op het verdriet dat volgt, als de nabestaande wordt aan­gemoedigd aandacht te schenken aan niet afgeronde zaken. Hiermee wordt bedoeld dat het uiten van zowel waardering als te­leurstellingen zaken zijn die best worden uitgepraat voordat de persoon overlijdt. Vaak moeten mensen aangemoedigd worden om dit te doen en het is vaker uitzondering dan regel dat ze het zonder die aanmoedi­ging gaan doen.

Tot dusver hebben we naar het anticiperend verdriet van de nabestaande gekeken. Maar mensen die gaan sterven kunnen dit verdriet ook ervaren, hoewel zij het op een andere manier voelen dan de nabestaanden. De na­bestaanden verliezen alleen een dierbare. De stervende heeft meestal veel banden in zijn leven en zal veel dierbaren in één keer verlie­zen. Dat vooruitzicht kan overweldigend zijn en heel vaak zal de patiënt zich terugtrekken en zijn gezicht naar de muur keren om het te verwerken.

Verlies van partner
De dood van de partner is op elke leeftijd zeer ingrijpend. De situatie waarin men ver­keert kan echter zeer verschillend zijn. Het is anders om je partner te verliezen wanneer je samen de kinderen opvoedt, dan om je part­ner te verliezen wanneer je een heel leven hebt gedeeld, niet meer werkt en misschien geniet van de kleinkinderen.

Met je partner heb je een verbintenis zoals je die met niemand anders had. Je deelde lief en leed dag en nacht met elkaar. Hij kende je in de meest sterke en meest zwakke momen­ten en heeft bijgedragen tot de persoon die je geworden bent. Hoe groter de rol was die je in eikaars leven speelde, des te voelbaar­der is het verlies. De achtergebleven partner kan een gevoel van hulpeloosheid ervaren. Wanneer er kinderen zijn die zorg behoe­ven gaat de eerste aandacht van degene die achterblijft naar hen. Als dat (te)veel tijd en energie kost kan dat problemen geven bij de verwerking. Het verlies van de partner kan een groot gevoel van eenzaamheid geven. Het is niet makkelijk om nu alleen een invulling aan het leven te geven. Onafhankelijk van de leeftijd mist men na het overlijden van de partner vaak de ver­trouwdheid, intimiteit en seksualiteit. Het is goed dat gemis te erkennen.

Verlies binnen een jong gezin
De manier waarop het verlies van vader, moeder of kind in een gezin wordt verwerkt, hangt af van de plaats die de overledene had binnen het gezin, de samenstelling van het gezin, de gezinscultuur en de gezinsiden­titeit. Het overlijden van een ouder kan verstrekkende gevolgen hebben die niet al­leen emotioneel, maar ook economisch sterk ontwrichtend kunnen zijn voor het gezin. Naast het individuele verdriet van de gezins­leden die elk hun eigen specifieke relatie en geschiedenis hebben met de overledene, delen zij ook als groep dat verdriet. Gezinsrouw wordt in belangrijke mate be­paald door de normen en waarden in het gezin die bepalen of alle gezinsleden evenre­dig veel ruimte krijgen om de rouw te uiten. Men heeft bovendien een periode van aan­passing nodig om tot een definitieve nieuwe rolverdeling binnen het gezin te komen. De oudste zoon werpt zich bijvoorbeeld op als 'de man in huis', een dochter voelt zich sterk verantwoordelijk voor de vader of de jongste neemt als troost voor de ouders de hobby over van het gestorven broertje, Het is van belang dat de ouders of de ach­terblijvende ouder de ouderrol kunnen/kan behouden en dat kinderen zich overeenkom­stig hun leeftijd mogen blijven gedragen. Bo­vendien zullen ouders kinderen de ruimte moeten laten om ook buiten het gezin te­recht te kunnen met hun verdriet.
 
Verlies van een ouder
Het verlies van een ouder heeft voor een gezin met opgroeiende kinderen andere gevolgen dan voor een gezin met volwassen kinderen die reeds lang uitwonend zijn.
  • Jonge kinderen: Na het overlijden van een ouder zijn de jonge kinderen ook nabestaanden met een eigen verwerkingsproces. De aanwezige kin­deren kunnen zowel een bron van steun en blijvende zingeving aan het leven zijn , als een extra belasting voor de achterblijvende ouder. Afhankelijk van de leeftijd van de kinderen en de omstandigheden heeft hij of zij alleen de verantwoording over het gezin en fungeert vaak als voorbeeld hoe met het verlies om te gaan. Veel ouders durven uit bezorgdheid de kinderen niet nog verder te belasten en bijvoorbeeld daardoor hun gevoelens niet in hun aanwezigheid te uiten. Dit kan aanleiding geven tot een verwijde­ring en spanning.
    Van belang bij de omgang met het verlies is de leeftijd van de kinderen. Het doodsbesef verschilt per leeftijd en is ook afhankelijk van de persoonlijke ervaring van het kind. Jongere kinderen hebben volwassenen no­dig om de realiteit van de dood te kunnen accepteren. Om deze reden wordt geadvi­seerd om het feit aan het kind duidelijk te maken. Deze informatie zal op elk ontwik­kelingsniveau een eigen beleving met zich meebrengen.
    Specifieke aandacht dient gericht te worden aan adolescenten. Deze verkeren in een heel moeilijke periode in hun leven. Ze zetten zich wat af van het gezin. Na het verlies van een ouder zullen ze de overblijvende ouder sparen. Ze aanvaarden ook geen hulp van volwassenen.
  • Volwassen kinderen: Voor deze groep wordt het overlijden van één van de ouders als een min of meer 'na­tuurlijk' verlies gezien. De kinderen leven emotioneel en economisch onafhankelijk van de ouders en het verlies ligt in de lijn der verwachting. Toch kan het een zeer ingrijpende gebeurtenis zijn en een scala aan gevoelens oproepen. Vooral wanneer er sprake was van een ambivalente kind-ouder verhouding.
    Na het overlijden van één van de ouders gaat de eerste aandacht van de kinderen uit naar de zorg voor de achterblijvende ouder die, misschien wel voor het eerst, alleen komt te wonen.
    Het verlies van de tweede ouder betekent het definitieve einde van het kind-zijn. Het ouderlijk huis verdwijnt en dat kan op elke leeftijd gevoelens van grote eenzaamheid teweegbrengen. De buffer tussen de dood en de eigen eindigheid valt weg. De relatie tussen broers en zussen kan in deze periode erg veranderen. Er kan een grotere verbondenheid ontstaan maar de kans op conflicten is reëel.
    Na het overlijden van beide ouders ontstaat in het "volwassen gezin" dikwijls een 'heror­dening' in de onderlinge relaties.
  • Verlies van een broer of zus: De betekenis van het verlies van een broer of zus is afhankelijk van de leeftijd van de­gene die achterblijft en van de relatie met de overleden broer of zus. Met een broer of zus deelt men zijn vroege geschiedenis. On­geacht de vraag of de onderlinge relatie goed of minder goed was: hij of zij was een altijd aanwezige factor. Broers en zussen hebben elkaar zien vormen en opgroeien tot wie zij zijn op het moment van overlijden. Het verlies kan een zeer ingrijpende gebeur­tenis zijn, Vooral vanwege de confrontatie met de eigen eindigheid. De relatie met een broer of zus kan zeer intens zijn, terwijl de omgeving aan dat verlies niet altijd de aan­dacht geeft die het nodig heeft. De eerste aandacht gaat meestal uit naar het eigen gezin, de partner of de ouders. Om het verlies te kunnen integreren in hun leven is erkenning van rouw en verdriet daarom van groot belang voor de nabestaan­de broers en zussen.
  • Verlies door zelfdoding: Zelfdoding is een niet te verwaarlozen doodsoorzaak in België, waar nabestaanden het bijzonder moeilijk mee hebben. Meer dan bij andere sterfgevallen zoeken de rou­wende familie en vrienden naar oorzaken, verklaringen en redenen. Nabestaanden voelen zich afgewezen, maken zich verwijten en blijven zich vaak afvragen of het niet voorkomen had kunnen worden. Soms is er ook opluchting, omdat aan een groot psychisch lijden een eind is gekomen. Bij zelfdoding kunnen gevoelens van schuld, onmacht, boosheid en schaamte sterker zijn dan in andere situaties, In sommige gevallen proberen de nabestaanden het feit geheim te houden, wat de verwerking van het verlies gecompliceerder kan maken, Beter is het om de doodsoorzaak tegenover de omgeving niet te ontkennen.
    Dikwijls zijn er meerdere oorzaken die tot zelfdoding leiden: een complex van factoren dat verweven is met het leven en de persoon van de overledene. Zelfdoding kan worden opgevat als een wilsdaad en wordt daarom in die zin door de nabestaanden vaak zo per­soonlijk ervaren. Toch kan het zo zijn dat de overledene in psychotische toestand tot die daad gekomen is. Scheidman, die beschouwd wordt als de grondlegger van preventie van zelfdoding in de Verenigde Staten, heeft gezegd: 'Ik geloof dat iemand die zichzelf doodt de nabestaanden opscheept met zijn psychologische erfenis. Hij veroordeelt de nabestaanden tot het verwerken van veel negatieve gevoelens en obsessieve gedach­ten over hun mogelijke rol bij het versnellen van de poging tot zelfdoding. Zij kunnen de idee hebben dat zij hebben gefaald in het voorkomen ervan, hetgeen een zware last kan zijn.'
  • Verlies door een schokkende gebeurtenis: Een onverwacht overlijden brengt vaak grote ontreddering teweeg en is te vergelijken met het meemaken van een trauma. Mensen voelen zich overvallen en beseffen dat ze nooit in de gelegenheid zijn om afscheid te nemen. Plannen en verwachtingen voor de toekomst vallen abrupt weg en worden ineens zinloos. De wanhoop kan groot zijn. Wanneer de dood het gevolg is van een onge­val of een andere vorm van geweld, worden de nabestaanden bovendien geconfronteerd met politie, verzekeringen en andere juridi­sche afwikkelingen die veel energie vragen. Plotselinge sterfgevallen zijn moeilijker te verwerken dan gevallen waarin er sprake is van een waarschuwing dat de dood nadert (Parkes 1975).

    Er zijn enkele kenmerken waarop moet wor­den gelet.
    • Het eerste kenmerk houdt in dat een plot­selinge dood de nabestaanden gewoonlijk achterlaat met een gevoel van onwerkelijk­heid. Het komt voor dat de nabestaande zich verward voelt en na het verlies als een dwaas rondloopt. Ook kan de nabestaande last heb­ben van nachtmerries en van indringende beelden van het plotselinge verlies, zelfs al was hij niet bij het overlijden aanwezig.
    • Een tweede kenmerk heeft te maken met een toename van schuldgevoelens. In het geval van een plotseling overlijden is er vaak een sterk gevoel van schuld, dat tot uiting komt in 'als-ik-maar-...-klachten': 'Als ik hem maar niet naar het feest had laten gaan,' of: 'Als ik maar bij hem was geweest.'
    • Het derde kenmerk gaat samen met schuld en betreft de behoefte om iemand de schuld te geven van wat er is gebeurd. In sommige gevallen is deze behoefte uitzonderlijk sterk. En dan is het niet ongebruikelijk dat men een zondebok binnen het gezin aanwijst. Helaas vormen kinderen een gemakkelijk doelwit voor zulke reacties.
    • Een vierde kenmerk betreft de vele medi­sche en juridische verwikkelingen, speciaal in het geval van ongelukken en doodslag. Voor degenen van wie de dierbare het slacht­offer van doodslag was, is doorgaan met de taken van het rouwproces moeilijk, zo niet onmogelijk, tot de juridische aspecten van de zaak zijn afgehandeld.
    • Een vijfde kenmerk is het gevoel van hul­peloosheid dat bij de nabestaande ontstaat. Plotseling overlijden is een aanval op ons gevoel van macht en ordelijkheid. Vaak gaat deze hulpeloosheid samen met grote razernij. Het komt ook voor dat de nabestaande zijn of haar woede op iemand anders wil koelen. Vaak worden de ziekenhuismede­werkers het doelwit van geweld of wil de na­bestaande iemand ombrengen die betrokken was bij het overlijden van de dierbare. Een nabestaande kan ook manifeste opwin­ding vertonen. De stress van een plotseling overlijden kan een 'vluchten of vechten' res­pons oproepen en leiden tot een depressie. Een andere specifieke zorg voor de nabe­staanden betreft de zaken die zijn blijven liggen en niet konden worden afgemaakt. De dood laat hen achter met veel spijt om de dingen die ze niet hebben gezegd en dingen die ze nooit hebben gedaan met de overledene.
    • Een ander kenmerk is de grote behoefte om het overlijden te begrijpen. Bij elk sterfgeval vragen mensen zich het waarom af, maar in dit geval lijkt die vraag een extra nadruk te krijgen, waarschijnlijk vanuit de wens om greep te houden op die traumatische gebeur­tenis. Soms vinden mensen dat ze hun ver­wijten alleen tot God kunnen richten. Het is niet ongebruikelijk als iemand zegt: 'Ik haat God' in een poging de brokstukken bij elkaar te vegen.
 
 Ik wilde dat ik mijn hart
over het dak kon gooien
de leegte om jou
was dan weg
voor eeuwig vergaan.
 
Ik wilde dat ik mijn pijn
kan uitschreeuwen
roepen tot mijn adem breekt
worden tot wind die waakt
tot water en eindeloze stroming
tot eeuwigheid die niet vergaat.
 
Ik wilde dat het licht
weer binnen kon vallen
de deur van mijn hart kon openstaan
Ik wilde dat ik nog één keer

heel zacht
één woord kon horen  
dat galmt als dauw van jouw adem
   
als echo en betovering van jouw
lach.
   
  Claire vanden Abeele
 
 
 
 
Niet-erkend verlies regels die min of meer bepalen wie er mag rouwen, wanneer, waar, hoe en hoelang er gerouwd mag worden. Dit wordt vaak ook bepaald door familie­relaties. Zo kan het zijn dat het overlijden van de man of vrouw met wie iemand een buitenechtelijke relatie had of het overlijden van een voormalige partner niet als verlies erkend wordt.
Maar ook hulpverleners die in hun werk langdurig iemand begeleid hebben, zullen na het overlijden rouwgevoelens ervaren die niet altijd erkend worden. Wat ook belangrijk kan zijn, is de betekenis die de maatschappij aan het verlies geeft. Zoals bijvoorbeeld bij het overlijden van iemand die verslaafd was, of van een levens­lang gestrafte.
Een derde categorie zijn de mensen waarvan men aanneemt dat ze niet kunnen rouwen, zoals dementerende mensen of gehandicap­ten. Mensen die rouwen om een niet-erkend ver­lies voelen zich niet alleen buitengesloten, maar zijn dat vaak ook letterlijk. Afhankelijk van de geldende maatschappe­lijke regels worden ze vaak niet betrokken bij de uitvaart, Zo kunnen ze hun verdriet niet delen en worden ze achtergesteld of gene­geerd tijdens de rituelen. Met hun verdriet wordt geen rekening gehouden. Rouw om niet-erkend verlies is meestal niet bespreekbaar en daarom dubbel zo zwaar om te verwerken.
 
Verlies van een vriend of vriendin
Vriendschappelijke relaties kunnen zeer intens en langdurig zijn en bestaan meestal op basis van een balans tussen geven en ne­men. Een vriend of vriendin kies je zelf en je kan meerdere vriendschappen onderhou­den. Met vrienden kun je vaak meer delen dan met familieleden omdat een vriend­schapsrelatie niet belast is met emoties rond de opvoeding, het verleden of andere familieomstandigheden. Na een overlijden wordt de erkenning van vriendschappen soms plotseling minder. De aandacht gaat naar de familie van de overle­dene, die soms zelfs verwacht dat de vriend of vriendin hen steunt. Als de steun uit de omgeving minimaal is, is het van groot belang om de eigen rouwgevoe­lens te erkennen en serieus te riemen en zo kan men wellicht meer aandacht vragen voor het eigen verdriet.
Ook voor kinderen kan het verlies van vriendjes en vriendinnetjes heel ingrijpend zijn.
 
Verlies van een kind 
Het verlies van een kind kunnen we opdelen volgens de levensfase waarin het kind zich bevindt, zoals: verlies door miskraam, verlies door doodgeboorte, verlies door abortus, verlies van een kind, verlies door wiegendood. We zullen nu de verschillende fases kort bespreken en er eventueel in een latere aflevering dieper op ingaan.
  • Verlies door miskraam: Ouders die een miskraam hebben gehad, krijgen in het algemeen veel steun van fami­lie en vrienden, Enkele veel voorkomende emoties kunnen het verwerken van het verdriet soms moeilijker maken. Wanneer een vrouw een miskraam heeft gehad, gaat in het algemeen de eerste ge­dachte uit naar haar gezondheid. Pas later gaat iedereen zich ten volle realiseren wat er verloren is gegaan.
    Zelfverwijt komt nogal eens voor. De vrouw wil eigenlijk iemand de schuld geven en vaak verwijt ze het zichzelf als eerste - kwam het door het joggen, het dansen, of door een an­dere fysieke inspanning? Vrouwen richten het verwijt ook op hun echtgenoot of partner. Zij zijn dus vaak het doelwit van de woede van hun vrouw omdat zij niet dezelfde gevoelens zouden hebben. Ze voelen zich machteloos en hun behoefte om sterk te lijken en om steun te geven, kan door de vrouw verkeerdelijk worden begre­pen alsof het hen niet deert. Voor deze hulpeloosheid vinden veel man­nen steun bij de arts, die ook vaak een man is en die de aandacht kan vestigen op het feit dat het koppel vruchtbaar is en spoedig een nieuw kind kan krijgen. Omdat een miskraam het verlies van een persoon betekent, is het belangrijk dat het verdriet verwerkt wordt. Net als bij andere verliezen is het noodzakelijk om er over te praten. In het geval van miskramen echter, net als bij abortussen, zijn vrienden en fami­lieleden vaak niet op de hoogte van de zwan­gerschap of voelen zij zich ongemakkelijk om over een dergelijke ervaring te praten. Dit helpt de ouders zeker niet bij het verwerken van het verdriet.
  • Verlies door doodgeboorte: Wat geldt voor miskramen gaat ook op voor doodgeborenen. De hulpverleners moeten er van doordrongen zijn dat de ouders werke­lijk een verlies hebben geleden, dat er een overlijden heeft plaatsgevonden. Daarom mag het verlies niet gebagatelliseerd worden door de aandacht op de toekomst en op een nieuwe zwangerschap en andere kinderen te vestigen.
    Onderzoek toont aan dat de beste aanpas­sing aan deze vorm van verlies ontstaat wanneer beide partners dezelfde copingstijl (= manier om met iets om te gaan) bezitten en op een open manier met elkaar commu­niceren. Er moet aandacht worden besteed aan de gevoelens van de partner, met name de angst- en schuldgevoelens en hun invloed op het gevoel van eigenwaarde. Angst vooral voor een toekomstige zwangerschap, voor de invloed van het verlies op hun huwelijk en angst om als ouder een mislukkeling te zijn. Schuldgevoelens kunnen leiden tot verwij­ten of zelfverwijt.
    Deze gezinnen kunnen de realiteit van het verlies inzien door gezamenlijk beslissingen te nemen over wat er met het lichaam moet gebeuren, over de naam van de baby en over de deelname aan rituelen als een begrafe­nis of een gedenkdienst. Betekenisvolle herinneringen aan de baby, zoals foto's, het geboortebewijs, een voetafdruk, ziekenhuis­armbandje en ontvangen post van vrienden kunnen ook helpen om het verlies werkelijk­heid te laten worden. Een autopsierapport kan duidelijkheid brengen over de oorzaak van de dood. Er moet ook gelegenheid zijn om vragen te stellen.
  • Verlies door abortus: Veel mensen staan nogal onverschillig ten opzichte van abortus. Abortus is één van die onbespreekbare verliezen die mensen liever willen vergeten.
    Oppervlakkig beschouwd, ervaren mensen abortus als een opluchting. Een vrouw die echter niet rouwt over het verlies, zal het verdriet bij een volgend verlies ervaren. Een manier om met het verdriet om te gaan, is door voorafgaand aan de abortus al be­geleiding te geven. Ambivalente gevoelens kunnen dan worden onderzocht, verschil­lende mogelijkheden kunnen worden bekeken en emotionele steun kan worden verkregen. Veel vrouwen die om abortus vragen, lijken het overhaast te doen, en door het stigma en de schaamte die geassocieerd zijn met abortus, moeten ze de beslissing nemen zonder de emotionele steun van vrienden en familie.
    Abortus wordt in onze maatschappij als ver­lies vaak genegeerd. Het beschouwen als een sterfgeval waarover men verdriet kan heb­ben, kan diepe schuldgevoelens naar boven brengen. Verdriet kan naar boven komen op de bewuste datum of jaren later, wanneer de vrouw de menopauze bereikt of wanneer ze ontdekt onvruchtbaar te zijn. Het verdriet uit zich vaak in woede of schuldgevoelens, wat kan ontaarden in een depressie.
  • Verlies van een kind: De dood van een kind kan ouders in een langdurig rouwproces brengen. De affectieve band met een kind is anders dan in andere relaties. De ouders verliezen niet alleen een kind, maar ook een deel van zichzelf en van toekomstverwachtingen. Het besef het kind niet meer te kunnen zien opgroeien en zich ontwikkelen is heel pijnlijk. Je hoort ouders van een overleden kind regelmatig zeggen dat het gevoel van on­recht groot is. Dat kan met veel dingen te maken hebben, maar één aspect wordt vaak genoemd: een moeder hoort haar kind niet te hoeven begraven. Daarmee wordt als het ware de toekomst afgekapt. Vaak brengt dit een gevoel van, bijna letterlijk, doelloosheid met zich mee en, niet te vergeten, een sterk schuldgevoel: het kind was immers van de ouders afhankelijk.
    Door de buitenwereld wordt een dergelijk gevoel van vervreemding soms gestimuleerd door de gedachte dat het een troost is dat er niet of nauwelijks gelegenheid is geweest een band te krijgen met het kind. Ouders er­varen dergelijke gedachtegangen weliswaar vaak als beledigend en als een ontkenning van hun eigen gevoelens, maar zelf worden ze ook hiertussen heen en weer geslingerd. Het overlijden legt grote druk op de relatie van de ouders. Er zijn nieuwe, ongekende gevoelens en bovendien is er ook nog het verdriet van de ander. Het is moeilijk een evenwicht te vinden in het omgaan met het eigen verdriet en het geven van aandacht aan de partner en de relatie. Omdat ouders verschillende personen zijn en elk van hen een andere band had en andere ervaringen met het kind deelde, be­leven zij het gemis dikwijls verschillend.
  • Verlies door wiegendood: Wiegendood is zo ingrijpend dat ik het apart vermeld. Ouders die een kind verloren aan wiegendood nemen vaak aan dat de baby door verstikking of verslikking overleed, of aan een niet opgemerkte ziekte leed. Verschillende factoren maken deze vorm van verlies verwerken moeilijk.
    Ten eerste sterft een ogenschijnlijk gezonde baby volkomen onverwacht. Het onver­wachte maakt dat er geen mogelijkheid is om je op het verlies voor te bereiden , zoals in het geval van zuigelingen en kinderen die overlijden aan een ziekte. Ten tweede is er geen duidelijke oorzaak aan te geven, wat aanleiding is tot aanzienlijke schuldgevoelens en zelfverwijt. Een derde probleem is de bemoeienis van het gerechtelijk systeem. Bij deze vorm van verlies moet de plaats van het kind binnen het gezin ook in de gaten worden gehouden. Oudere broertjes en zusjes voelen nog wel eens haat tegen de nieuwe baby in het gezin. Als dan de baby enkele maanden na de geboorte overlijdt en er geen oorzaak voor kan worden gegeven, kan dat overweldigende schuldgevoelens teweegbrengen.
    Om mensen beter met deze vorm van verlies om te laten gaan, kunnen we het volgende doen. Allereerst is er de omgang met de ouders in het ziekenhuis. Meestal wordt het kind bij deze vorm van overlijden in allerijl naar het ziekenhuis gebracht, waar de dood wordt vastgesteld. Hoe deze boodschap aan de ouders wordt gebracht, is van belang met het oog op de aanpassing aan het verlies. Het ziekenhuispersoneel kan de ouders de kans geven enige tijd met de dode baby door te brengen. Dit kan bijzonder belangrijk zijn, omdat de ouders vaak dicht bij hun kind wil­len zijn, het willen vasthouden, of tegen hun dode kind willen praten. Ouders die een tijd met hun dode kind hebben doorgebracht, zeiden later dat dit hen door deze moeilijke ervaring had geholpen. Als een ouder schuldgevoelens heeft met betrekking tot het verlies, wordt toestem­ming voor een autopsie soms niet gegeven. Iemand die echter toestemming vraagt voor autopsie kan een aantal belangrijke redenen aanvoeren om deze te willen uitvoeren. Zo is het de laatste gelegenheid om alle feiten over de ziekte en de oorzaak van het overlij­den te leren kennen. Het is makkelijker om het overlijden te aanvaarden wanneer we weten dat het onontkoombaar was. De pre­cieze doodsoorzaak is soms ook nodig voor het regelen van verzekeringen of juridische aangelegenheden.
    De arts dient het gezin in te lichten over het syndroom van de wiegendood. Ook moeten de ouders worden voorgelicht over het rouw­proces, zodat ze niet het idee hebben dat ze gek worden of dat het verdriet nooit zal verdwijnen.
Palliatieve Hulpverlening Antwerpen (PHA) vzw, UA - Domein Fort VI - Edegemsesteenweg 100 bus 2 - 2610 Wilrijk ?T. 03 265 25 31 ?E. pha@uantwerpen.be